<< Vraagbaak

Aftakas met 540 E-schakeling

‘Zware trekkers hebben op de aftakas een 1000- en een 1000 E-schakeling en daarnaast een 540 E. Een normale 540 zit er meestal niet op. Waarom is dat?’

Het vermogen dat een trekker kan leveren is het product van koppel en toeren. Voordat er elektronisch geregelde brandstofpompen waren, draaide de aftakas z’n 540 toeren meestal dicht in de buurt van het maximumvermogen.Tussen de motor en de aftakas wordt het toerental dan met ongeveer een factor vier vertraagd. Het koppel (het draai­moment) wordt dan vier keer groter.

Toen de trekkers (lees: de motoren) sterker werden, liep dat koppel bij 540 toeren hoog op en draaiden er soms aftakassen kapot. Het voordeel van de 1.000 toeren is dan dat hij  bij gelijk­blijvend vermogen het koppel ongeveer halveert. Dat biedt ruimte om het vermogen fors te verhogen, zonder dat de aftakas dikker hoeft te worden. Als het hoge vermogen niet gevraagd wordt, zorgt de 1.000E met z’n beduidend lagere motortoeren voor minder geluid en een lager verbruik. Die voordelen gelden in principe ook ook voor de 540E. Een ‘dikke’ trekker heeft op die eco-stand echter al ruim voldoende kracht om een licht werktuig aan te drijven. Daarvoor is de normale 540 bij een hoger motortoerental niet nodig. Ook loop je bij minder toeren van de motor minder het risico dat je een verhoudings­gewijs licht werktuig letterlijk kapotdraait. Als je een relatief lichte frees te diep laat zakken, kan een ‘dikke’ trekker op hoog toeren dat gevraagde vermogen makkelijk aan, maar de constructie van de frees kan het waarschijnlijk niet.

Interessant? Deel dit via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Stuur mij maandelijks Mechaman bedrijfsnieuws
E-mail:

Geef een reactie