<< Vraagbaak

Hoe monteer je niet-aangedreven profielbanden?

Verschillende getrokken niet-aangedreven werktuigen hebben banden met hetzelfde profiel­ als trekkerbanden. Op die banden staat met een pijl de draairichting. ‘Hoe moet ik die banden nu monteren? En waarom?’

Een leuke vraag. Ook wij zien in de praktijk zowel banden waarbij de pijl in de rijrichting wijst als precies andersom. De verklaring is niet zo moeilijk. Op de aangedreven banden van de trekker wijst de pijl op de zijkant van de banden in de rijrichting. Ga je rijden, dan zorgt de trekkermotor voor een draaimoment op de achteras en op de voorkant van de profielnokken. In het spoor ontstaat een afdruk van het profiel met de pijl in achterwaartse richting. De grond wordt door de nokken naar buiten gedrukt en het profiel blijft schoon, ook onder suboptimale omstandigheden. De constructie van de nokken is daarop afgestemd: scherp aan de voorkant en wat ronder aan de achterkant om achteroverklappen te voorkomen. Bij de niet-aangedreven banden van het getrokken werktuig speelt het omgekeerde. De kracht voor het laten draaien van de banden komt van de nokken die zijn weggedrukt in het spoor. Om deze niet-aangedreven banden tussen de nokken goed schoon te houden, moet de grond door de nokken naar buiten worden geduwd en dat gaat alleen als de banden omgekeerd worden. De afdruk in het spoor wijst naar voren. Monteer je de banden met de pijl in dezelfde richting als die van de trekker, dan wordt de grond tussen de nokken naar binnen gedrukt en krijg je banden met een glad loopvlak en onder minder gunstige omstandig­heden de kans op bulldozeren.

Interessant? Deel dit via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Stuur mij maandelijks Mechaman bedrijfsnieuws
E-mail:

Geef een reactie