{"id":84400,"date":"2021-02-15T12:00:00","date_gmt":"2021-02-15T11:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/?p=84400"},"modified":"2023-03-14T10:41:46","modified_gmt":"2023-03-14T09:41:46","slug":"mais-floreert-bij-gedeelde-gift","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/artikel\/20210215\/mais-floreert-bij-gedeelde-gift\/","title":{"rendered":"Mais floreert bij gedeelde gift"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-post-excerpt\"><p class=\"wp-block-post-excerpt__excerpt\">Mais neemt vooral in juni en juli stikstof op. Daarom is het op lichte grond zinvol om de mestgift af te stemmen op de groeiomstandigheden: een gedeelde gift dus, waarbij de hoogte van de giften wordt gebaseerd op een bodemmonster en analyse van de mest. <\/p><\/div>\n\n\n<p>Gebruiksnormen beperken de hoeveelheid drijfmest die een teler mag uitrijden. En dus is het zaak om de mest zo goed mogelijk te benutten. Dat is niet alleen goed voor de opbrengst en het rendement van mais, maar ook om de uitspoelingsverliezen te beperken. Bij droogte is het gewas bijvoorbeeld niet in staat voldoende voedingsstoffen op te nemen en is de mineralenbehoefte lager. Met een gedeelde gift van 60 tot 70 procent voor zaaien en bijbemesting op basis van bodemvoorraad en mineralen die het gewas al heeft opgenomen, is in mais relatief eenvoudig de optimale bijmestgift te bepalen. Vaak wordt daarvoor de Bijmestmonitor van Eurofins gebruikt als adviesbasis. Maar ook met nieuwe sensortechnieken van bodem en gewas is de behoefte van het gewas goed te bepalen.<\/p>\n\n\n\n<p>Bij bijbemesting van mais moeten snelwerkende vloeibare meststoffen zo dicht mogelijk bij de wortelzone worden toegediend. Dat kan bijvoorbeeld met een spaakwielbemester. Deze brengt de meststof dicht bij \u2013 maar mooi verdeeld \u2013 bij de plantenwortel. Net als een spuitmachine is een spaakwielbemester eenvoudig uit te rusten met automatische sectieafsluiting en variabele dosering. Hierdoor zijn de risico\u2019s op vervluchtiging minimaal. Een alternatief is een veldspuit die met hangpijpen de vloeibare mest tot op de grond brengt. Om verbrandingsschade te voorkomen, is het van belang dat de mais niet wordt geraakt. Voordeel van vloeibare meststoffen is verder dat ze ook goed werken onder droge omstandigheden.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Stroken<\/h2>\n\n\n\n<p>Om te achterhalen of bijbemesting van mais op zandgrond voordelen biedt, zijn de afgelopen twee jaar op zes plekken in Overijssel demovelden aangelegd in het kader van het POP3-project Effici\u00ebnter ruwvoer telen met smart farming. Op de demovelden zijn stroken aangelegd die net zo breed waren als de werkbreedte van de hakselaar. Zo konden de onderzoekers heel eenvoudig opbrengstvergelijkingen maken. Op basis van mest- en bodemanalyses is voor elk veld een bemestingsplan gemaakt. Vanwege de actualiteit zijn naast de stroken ook stroken aangelegd met rijenbemesting dierlijke mest en ruitzaai. Daarbij is een grondige bodeminspectie van profiel en bodemkwaliteit uitgevoerd en de groei op de percelen is intensief gevolgd met satelliet- en dronebeelden.<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-quote quote my-5\"><span class=\"quote-holder\">Net als in 2019 waren de verschillen vorig jaar groot<\/span><\/section>\n\n\n\n<p>Opvallende uitkomst is het grote verschil in mineralengehalten in de mest tussen de locaties en ook van de bodemanalyses. Voor precisiebemesting is een goed mest- en bodemmonster en bemestingsplan essentieel. Zoveel is duidelijk. Daarbij komt dan nog dat de mest vaak niet goed gemengd bleek en daardoor niet dezelfde samenstelling had. Dat betekent dat maistelers bij een reguliere mestgift van bijvoorbeeld 45 kuub vaak te veel of juist te weinig mest geven.<\/p>\n\n\n\n<p>In 2020 waren in de meeste demovelden flinke verschillen te zien. Evenals in 2019 werden die veroorzaakt door bodemverschillen en droogte. Deze waren goed te zien op de gratis satellietbeelden van Datafarming. Helaas waren die door bewolking maar beperkt beschikbaar. Met een eenvoudige drone met gewone camera waren de verschillen in startgroei op het veld en stroken en zones met groeiverschillen door droogte herkenbaar. Op hogeresolutie-spectraalbeelden zijn die verschillen duidelijker zichtbaar. Uit deze beelden blijken flinke groeiverschillen binnen een perceel, zodat de opbrengstvergelijking als een globale indicatie moet worden beschouwd.<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2023\/03\/0221_dlv-detail-1-1024x576.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2023\/03\/0221_dlv-detail-1-1024x576.jpg\" loading=\"lazy\" \/><\/div><div class=\"image-title\">Eenvoudige dronefoto<\/div><p>Een eenvoudige dronefoto geeft al veel meer overzicht of afwijkingen in het perceel.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n\n\n\n<p>Behalve opbrengstmetingen van de stroken, zijn daarnaast op zes plekken 2 meter stroken uitgehakt. Het gewas en de kolven van die uitgehakte plekken is gewogen. De opbrengstvariatie bleek groot. Het is onduidelijk welke techniek beter of slechter scoort. Zo blijkt met een gedeelde bemesting met 20 tot 25 kuub minder mest net zo\u2019n hoge opbrengst te realiseren als met een reguliere gift en objecten met rijenbemesting of ruitzaai. Als die mest elders op het bedrijf effici\u00ebnt kan worden ingezet, levert dit al wel snel extra rendement op. De algemene indruk is dat een gedeelde gift en precisiebemesting op veel bedrijven potentie heeft voor verbetering van opbrengst, mestbenutting en teeltrendement<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Mestgehalten, mestgiften en bijmestadviezen proefpercelen 2020<\/h2>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-table\"><table><tbody><tr><td><\/td><td><strong>Heeten<\/strong><\/td><td><strong>Luttenberg<\/strong><\/td><td><strong>Delden<\/strong><\/td><td><strong>Raalte<\/strong><\/td><td><strong>Giethoorn<\/strong><\/td><td><strong>Breklenkamp<\/strong><\/td><td><strong>Gemiddeld<\/strong><\/td><\/tr><tr><td>Stikstof in drijfmest ( in %)<\/td><td>4,1\/4,9<\/td><td>3,15<\/td><td>4,6<\/td><td>4,2<\/td><td>3,28<\/td><td>4<\/td><td>3,85<\/td><\/tr><tr><td>Fosfaat in drijfmest ( in %)<\/td><td>1,49\/1,79<\/td><td>1,19<\/td><td>1,5<\/td><td>1,24<\/td><td>0,92<\/td><td>1,5<\/td><td>1,27<\/td><\/tr><tr><td>Kali in drijfmest ( in %)<\/td><td>6,1\/7,1<\/td><td>7,2<\/td><td>6,5<\/td><td>6<\/td><td>4,5<\/td><td>5,5<\/td><td>5,94<\/td><\/tr><tr><td>Org. stof gr.\/kg in drijfmest<\/td><td>6<\/td><td>50<\/td><td>62<\/td><td>60<\/td><td>35<\/td><td>62<\/td><td>55<\/td><\/tr><tr><td>Mestgift regulier (kg N\/ha)<\/td><td>198<\/td><td>126<\/td><td>161<\/td><td>189<\/td><td>131<\/td><td>158<\/td><td>160<\/td><\/tr><tr><td>Mestgift verdeeld (kg N\/ha)<\/td><td>124<\/td><td>63<\/td><td>69<\/td><td>126<\/td><td>66<\/td><td>135<\/td><td>97<\/td><\/tr><tr><td>Advies bijbemesting (kg N\/ha)<\/td><td>8<\/td><td>48<\/td><td>20<\/td><td>34<\/td><td>0<\/td><td>8<\/td><td><\/td><\/tr><tr><td>Totale stikstofgist in kg\/ha<\/td><td>132<\/td><td>111<\/td><td>89<\/td><td>160<\/td><td>66<\/td><td>143<\/td><td><\/td><\/tr><\/tbody><\/table><\/figure>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Mais neemt vooral in juni en juli stikstof op. Daarom is het op lichte grond zinvol om de mestgift af te stemmen op de groeiomstandigheden: een gedeelde gift dus, waarbij de hoogte van de giften wordt gebaseerd op een bodemmonster en analyse van de mest.<\/p>\n","protected":false},"author":3076,"featured_media":84401,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"wds_primary_category":0,"wds_primary_post_tag":0,"wds_primary_dossier":0,"wds_primary_artikel_type":0,"footnotes":""},"categories":[698],"tags":[],"dossier":[],"artikel_type":[27],"class_list":["post-84400","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-achtergrond","artikel_type-artikelen"],"acf":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/84400","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/users\/3076"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=84400"}],"version-history":[{"count":7,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/84400\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":84519,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/84400\/revisions\/84519"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/media\/84401"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=84400"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=84400"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=84400"},{"taxonomy":"dossier","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/dossier?post=84400"},{"taxonomy":"artikel_type","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/artikel_type?post=84400"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}