{"id":85145,"date":"2021-07-14T12:00:00","date_gmt":"2021-07-14T10:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/?p=85145"},"modified":"2023-04-17T10:26:46","modified_gmt":"2023-04-17T08:26:46","slug":"ervaringen-en-verwachtingen-robotpioniers","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/artikel\/20210714\/ervaringen-en-verwachtingen-robotpioniers\/","title":{"rendered":"Ervaringen en verwachtingen &#8211; Robotpioniers"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-post-excerpt\"><p class=\"wp-block-post-excerpt__excerpt\">Zonder pioniers komt de ontwikkeling van nieuwe machines geen stap dichter bij de praktijk. Maar pionieren is vallen en opstaan. Dat blijkt ook nu weer uit de ervaringen van de eerste Nederlandse gebruikers van de inmiddels commercieel beschikbare veldrobots. <\/p><\/div>\n\n\n<p>Net iets meer dan 86 procent van de akkerbouwers en loonwerkers ziet een mooie toekomst weggelegd voor een landbouwrobot. Dat blijkt uit een enqu\u00eate onder de lezers van de LandbouwMechanisatie-nieuwsbrief. Slechts een enkeling ziet de robot niet op de Nederlandse velden aan het werk. Toch zijn er slechts weinigen die nu al met een autonome veldrobot aan de gang zijn. Dat is niet zo gek, de robot lijkt nu pas echt aan zijn introductie te zijn begonnen.<\/p>\n\n\n\n<p>Volgens drie pioniers hebben potenti\u00eble gebruikers vaak te hoge verwachtingen van de robot. Geduld en interesse blijken een schone zaak. Akkerbouwers en loonwerkers die nu met een robot aan de slag gaan, kunnen zich pas over drie jaar \u2018robotboer\u2019 noemen. Het duurt zeker een jaar, en al snel twee, voordat je de machine alleen kunt laten en volledig zelfstandig zijn werk kunt laten doen. En pas dan heb je echt profijt van de machine. Zodra de ontwikkelfase van de veldrobot achter de rug is en de ondersteuning en dienstverlening op hoog niveau zijn, zal de acceptatie van de machine in een versnelling komen.<\/p>\n\n\n\n<p>Dat neemt niet weg dat iedere robotbezitter moet wennen aan het apparaat en zich moet aanpassen aan de robot. Wil je met een robot aan de slag dan moet je in elk geval bereid zijn jezelf te verdiepen in de machine en alles er om heen. Early adopters \u2013 degenen die nieuwe technieken vroeg willen uitproberen \u2013 zullen dat zeker doen. Uit de enqu\u00eate blijkt dat de helft van de akkerbouwers en vollegrondsgroentetelers denkt binnen twee tot tien jaar een robot aan te schaffen. Niet \u00e9\u00e9n van de ge\u00ebnqu\u00eateerden verwacht dat er binnen een jaar al een autonoom hulpje op zijn percelen rond rijdt. Vooral de hoge aanschafprijs, maar ook de angst voor kinderziektes weerhoudt menig teler nog van de aanschaf van een robot. Zou een bekende landbouwmachinefabrikant een robot in het programma opnemen dan zouden ze er meer gerust op zijn en dus eerder een autonome veldhulp aanschaffen. Loonwerkers zijn wat dat betreft minder angstig. Ze maken zich niet zo druk om de techniek of wie die aanbiedt, blijkt uit de enqu\u00eate. Van de loonwerkers zegt ruim 60 procent dat er binnen tien jaar een robot op het bedrijf staat. Een kwart vermoedt dat dit binnen vijf jaar al het geval is. De acceptatie van de robot onder loonwerkers ligt dus iets hoger dan onder telers. Het is de lage capaciteit die hen nog tegenhoudt.<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2023\/03\/0720_reportage_robotloonwerkers_NIJKAGRO-1024x684.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2023\/03\/0720_reportage_robotloonwerkers_NIJKAGRO-1024x684.jpg\" loading=\"lazy\" \/><\/div><div class=\"image-title\">Edward Nijk\u2009\u2022\u2009\u2018Alleen onkruid bestrijden met de robot\u2019<\/div><p>Edward Nijk heeft een agrarisch uitzendbureau in Dronten (Fl.) en bestrijdt met zijn medewerkers onkruid bij akkerbouwers. Sinds vorig jaar heeft hij een Na\u00efo Dino \u2013 een autonome en elektrische werktuigendrager. Dit jaar werkt de machine op 1,50 meter, straks ook op 2,25 meter. \u201cIk richt me met de Dino op mechanische onkruidbestrijding tussen en in de rij. Met een lichte robot dus. Voor grondbewerking en zaaien zijn alternatieven met hoge capaciteit. Dat soort werk kun je prima zelf doen.\u201d De Na\u00efo Dino is nog niet uitontwikkeld en daardoor gaat niet alles vanzelf, aldus Nijk. \u201cNet als computers kunnen robots niet overweg met menselijke fouten. Ze voeren simpelweg uit wat je ze opdraagt. De voorbewerking is daarom ontzettend belangrijk. Een klant had de zaaimachine al in de bocht laten zakken waardoor de plantjes van de lijn afweken. De machine kan dat soort menselijke fouten niet oplossen. Afhankelijk van de instelling stopt de robot dan of schoffelt gewoon de planten omver.\u201d Door de gps-bol van de robot tijdens het zaaien op de zaaimachine te monteren, zijn dit soort fouten te voorkomen. Heeft Nijk verder nog tips? \u201cZorg dat je voorbewerking nauwkeurig is en klopt met de gps-lijnen en pas de teeltmethoden aan op de robot in plaats van andersom.\u201d<br\/><\/p><\/div><\/div><\/section>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Loslaten<\/h2>\n\n\n\n<p>Starten met een robot vraagt veel voorbereidingen, zo blijkt uit de ervaringen van de eerste robotgebruikers. De robot moet de exacte afmetingen van de werktuigen kennen. De breedte en lengte moeten dus opgemeten worden. Dat voorkomt dat ze ooit buiten de perceelsgrens hangen. Om een robot een taak goed uit te laten voeren, is ook een perfecte AB-lijn nodig. En het liefst maar eentje.<\/p>\n\n\n\n<p>Werkt de robot eenmaal, dan is loslaten de kunst, weten de robotpioniers. In de eerste meters die de machine werkt, moet je nog zorgen voor de goede instelling van de werkdiepte, dat is immers perceels- en situatiespecifiek. Daarna is het advies: \u2018niet meer aanzitten en de taak niet tussentijds aanpassen\u2019. De robot moet zichzelf vanaf nu aanpassen aan de omstandigheden. Daarbij helpen interrupties niet. Vertrouwen, is het sleutelwoord. De eerste keer dat een robot met een snelheid van 10 km\/h op de sloot af rijdt, is het spannend of de robot inderdaad stopt en keert. Mocht het echt fout gaan dan is er altijd nog de afstandsbediening met een noodstop&#8230;<\/p>\n\n\n\n<p>Problemen tijdens het werk ontstaan voornamelijk door een slechte voorbereiding, geven de robotgebruikers aan. Alles, maar dan ook echt alles, moet in de robottaak zitten en dus van tevoren zijn bedacht. Moet de taak halverwege de rit aangepast worden, dan is er dus niet goed over nagedacht. Of het werktuig in de bochten wel of niet in de bodem moet zitten, moet je niet op het veld bedenken, maar op kantoor.<\/p>\n\n\n\n<p>Kun je dat niet, bijvoorbeeld omdat ander werk op het bedrijf prioriteit heeft, dan kan het verstandig zijn om het werk over te laten aan een andere partij, zoals een loonwerker, die zich wel in het autonome systeem kan verdiepen. Die kan ook meerdere machines op meerdere plaatsen in de gaten houden. Maar vertoont de robot of het werktuig mankementen of voldoet het resultaat niet aan de verwachtingen, dan moet er wel iemand naar de robot toe. Ook dat biedt kansen voor deze externe dienstverleners. Zij kunnen ook perceelsgrenzen nauwkeurig inmeten met rtk-gps en taakkaarten maken. Dat inmeten van percelen is van wezenlijk belang voor het juiste resultaat. Je kunt de RVO-perceelsgrenzen hanteren, maar dat lijkt geen goed idee als de teler uitgaat van zoveel mogelijk beteelbare oppervlakte. Bij grondbewerking is een beetje overlap niet zo\u2019n probleem, maar bij het schoffelen van bieten is dezelfde overlap uit den boze. Bij het mechanisch bestrijden van onkruid is het ook belangrijk om te weten op welke lijn de plantjes staan. De gps-gegevens van het zaaien moeten dus overgebracht worden naar de schoffelrobot zodat deze dezelfde lijn kan volgen.<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2023\/03\/0721_achtergrond_robotgebruikers_Derk-Gesink-scaled-e1679994675123-1024x689.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2023\/03\/0721_achtergrond_robotgebruikers_Derk-Gesink-scaled-e1679994675123-1024x689.jpg\" loading=\"lazy\" \/><\/div><div class=\"image-title\">Derk Gesink\u2009\u2022\u2009\u2018Instellen lijkt op Farming Simulator\u2019<\/div><p>Akkerbouwer Derk Gesink uit het Groningse Mensingeweer had in mei de Agxeed Agbot op demo via Doorgrond.nl. Met een Lemken Kompaktor-sneleg in de achterhef legde de Agbot 7 hectare ma\u00efsland klaar. Of Gesink daadwerkelijk de Agbot aanschaft, weet hij nog niet. \u201cMaar ik ben wel onder de indruk van de prestaties en de prijs vind ik acceptabel. Het instellen lijkt op Farming Simulator.\u201d Gesink wil hoe dan ook wachten op de volgende versie van de Agbot. Die wordt uitgerust met een elektrisch aangedreven aftakas en levert een vermogen van 100 kW. Toch ziet de akkerbouwer ook toekomst in de Bluebob 2.0 die ontwikkeld wordt door de Duitse zaadveredelaar Strube en het Franse Na\u00efo Technologies. Bij deze autonome werktuigendrager hangt het werktuig tussen de voor- en achterwielen. De Bluebob is wat breder inzetbaar dan de Agbot, denkt Gesink. Bovendien vindt hij de gewichtsverdeling van de Agbot niet ideaal. Bij een 4 meter brede sneleg moest er 1.500 kg in de fronthef. \u201cEn dat wil je liever niet, al heb ik begrepen dat de fabrikant de motor iets verder naar voren wil plaatsen. Een voordeel is wel dat je de Agbot kunt voorzien van twee gps-ontvangers. Daardoor hoeft hij de rijrichting niet met een gyroscoop te bepalen en het werkt ook nauwkeuriger.\u201d<\/p><\/div><\/div><\/section>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Perceelsgrootte<\/h2>\n\n\n\n<p>Welke perceelsgrootte het best bij de robot past? Daarop hebben de gebruikers geen eenduidig antwoord. Op een groot perceel kan een robot langer werken, maar op kleinere percelen halen grote gangbare, niet-autonome, machines hun maximale capaciteit ook niet. En op hele grote percelen is de robotcapaciteit te laag door zijn lage rijsnelheid en smalle werkbreedte, terwijl het werken met de machine op kleine percelen ook erg arbeidsintensief wordt. Als je hem na anderhalfuur weer moet ophalen, had je het werk ook wel zelf kunnen doen. Het zou net zoveel tijd kosten.<\/p>\n\n\n\n<p>Tachtig procent van de akkerbouwers en vollegrondsgroentetelers ziet de robot het liefst schoffelen, blijkt uit de LandbouwMechanisa-tie-enqu\u00eate. Daarna \u2013 maar op grote afstand \u2013 zou de robot moeten spuiten, eggen, zaaien of het zaaibed klaarleggen. Zeventig procent van de loonwerkers zou de robot \u2013 als ze er eenmaal \u00e9\u00e9n hebben \u2013 vooral gebruiken voor het al dan niet plaatsspecifiek uitvoeren van bespuitingen. Daarna volgt het mechanisch bestrijden van onkruid: eggen en schoffelen.<\/p>\n\n\n\n<p>Het ligt voor de hand dat de veldrobot vooral voor het \u2018domme\u2019 werk wordt gebruikt. Denk aan het ruggenfrezen met een gangetje van 2 km\/h. Want, hoe langzamer je rijdt, hoe mooier het resultaat. In zo\u2019n geval zou de robot kunnen frezen, terwijl de teler verderop aan het poten is. Kun je meteen met een half oog de robot in de gaten houden. Maar ook in een lastig voorjaar kan een robot uitkomst bieden. In zo\u2019n jaar moet je immers eigenlijk schoffelen in de bieten en de uien, maar ook nog aardappelen poten. Dan zou een robot het schoffelwerk kunnen uitvoeren. Daarvoor is overigens niet elke robot die nu te koop is, geschikt. Zo is de Agxeed Agbot door zijn rupsbreedte geen schoffelrobot. Voor het frezen van ruggen is hij daarentegen prima inzetbaar. En dat is dan weer een klus waarvoor de lichte Robotti niet in de wieg is gelegd. De Na\u00efo Dino is nog lichter waardoor die vooral mechanisch onkruid kan verwijderen.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Terminal op afstand<\/h2>\n\n\n\n<p>Uit de enqu\u00eate blijkt dat vooral telers liefst een elektrisch aangedreven veldrobot zien op wielen. Loonwerkers hebben een hele lichte voorkeur voor een machine met een verbrandingsmotor. Zij kiezen ook liever voor meerdere kleine robots dan een grote. Telers zien daarentegen liever een grote machine.<\/p>\n\n\n\n<p>En de toekomst? Volgens de huidige gebruikers gaan de robots met zeer eenvoudige machines zonder elektronica werken, waarbij de robot het denkwerk doet of juist het tegenovergestelde. In dat geval ontstaan er slimme werktuigen die regelmatig vragen wat ze moeten doen als er bijvoorbeeld een zaaipijp verstopt zit, een precisiecamera geen beeld geeft of de perceelsgrens afwijkt van de taakkaart.<\/p>\n\n\n\n<p>Dat levert flinke uitdagingen op. Bij een intelligente machine is de terminal normaliter namelijk in de trekker bij de chauffeur vinden. Werk je met een robot dan moet je de informatie van de terminal ook op afstand kunnen bekijken. En nog een stapje verder: je moet de terminal ook op afstand kunnen bedienen. Een enkel werktuig wordt nu al door een tablet aangestuurd. Dan is het met wat kunst- en vliegwerk wel mogelijk om hem op afstand te bedienen. Blijft de informatie beperkt tot in de terminal, dan valt dat niet mee. Wat de robot op het bedrijf kan doen, hangt in dat geval dus meer af van werktuigen die voorhanden zijn, dan van de robot zelf.<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2023\/03\/0420_interview_beste-scaled-e1679994891167-1024x942.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2023\/03\/0420_interview_beste-scaled-e1679994891167-1024x942.jpg\" loading=\"lazy\" \/><\/div><div class=\"image-title\">Jeroen Wolters\u2009\u2022\u2009\u2018Robot vergroot veiligheid\u2019<\/div><p>Digitaal loonbedrijf Doorgrond.nl legt zich toe op de introductie en implementatie van robotisering en precisielandbouw in de teelt van diverse gewassen. Jeroen Wolters (links) runt het bedrijf samen met twee compagnons. Het bedrijf gebruikt een Robotti-robot en experimenteerde met de Agbot van Agxeed. \u201cDe Robotti slingert een beetje. Vermoedelijk heeft dat te maken met het gps-systeem\u201d, weet Wolters. \u201cEen gps-systeem op de trekker kun je aanpassen op de agressiviteit van sturen.\u201d Bij robots zijn die mogelijkheden beperkt, al neemt het aantal opties toe en dat stemt Wolters optimistisch. Hij adviseert potenti\u00eble robotgebruikers eerst naar het bestaande machinepark te kijken en te beoordelen of je met de terminal de machine op afstand kunt bedienen. Lukt dat niet dan wordt het volgens Wolters lastig. \u201cVaak gaat het goed bij werktuigen die zich via een app op een tablet of telefoon laten bedienen.\u201d Behalve arbeidsbesparing ziet Wolters nog een voordeel in het autonoom uitvoeren van veldwerk. \u201cAls er iemand rond een trekker met een machine loopt, is er altijd een veiligheidsrisico. De robot herkent mensen in de omgeving en past zich daarop aan.\u201d Dat verkleint het risico. Kun je de robot werkend op het veld achterlaten, dan is het risico nog kleiner.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Zonder pioniers komt de ontwikkeling van nieuwe machines geen stap dichter bij de praktijk. Maar pionieren is vallen en opstaan. Dat blijkt ook nu weer uit de ervaringen van de eerste Nederlandse gebruikers van de inmiddels commercieel beschikbare veldrobots.<\/p>\n","protected":false},"author":5969,"featured_media":85146,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"wds_primary_category":0,"wds_primary_post_tag":0,"wds_primary_dossier":0,"wds_primary_artikel_type":0,"footnotes":""},"categories":[698],"tags":[],"dossier":[103],"artikel_type":[27],"class_list":["post-85145","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-achtergrond","dossier-robotisering","artikel_type-artikelen"],"acf":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/85145","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/users\/5969"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=85145"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/85145\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":85613,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/85145\/revisions\/85613"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/media\/85146"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=85145"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=85145"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=85145"},{"taxonomy":"dossier","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/dossier?post=85145"},{"taxonomy":"artikel_type","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/artikel_type?post=85145"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}