{"id":89318,"date":"2024-02-07T06:08:00","date_gmt":"2024-02-07T05:08:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/?p=89318"},"modified":"2024-02-06T11:14:45","modified_gmt":"2024-02-06T10:14:45","slug":"de-keerzijden-van-rijpadenteelt","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/artikel\/20240207\/de-keerzijden-van-rijpadenteelt\/","title":{"rendered":"De keerzijden van rijpadenteelt"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-post-excerpt\"><p class=\"wp-block-post-excerpt__excerpt\">Hogere gewasopbrengsten, lossere grond en meer werkbare dagen. Het zijn zomaar wat voordelen van de rijpadenteelt. Maar het systeem kent ook keerzijden, melden onderzoekers van Wageningen University and Research die 15 jaar ervaring met vaste rijpaden opdeden.\u00a0 <\/p><\/div>\n\n\n<p>Op het praktijkbedrijf in Lelystad (Fl.) passen de onderzoekers van Wageningen University and Research sinds 2009 rijpadenteelt toe. Maar eigenlijk gebeurde het eind jaren zeventig al, vertelt praktijkonderzoeker Derk van Balen. \u201cHet Wageningse onderzoeksinstituut Imag deed toen op proefbedrijf Oostwaardhoeve in Slootdorp (NH.) al proeven met rijpadenteelt. Ook in Lelystad lag een proefperceel met bedden van 3 meter breed. Uit de proef bleek dat de teelt op rijpaden destijds bedrijfseconomisch nog niet rendabel was. Daarnaast bestond gps nog niet, waardoor het recht rijden een grote uitdaging was. Het project belandde in de ijskast.\u201d<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2024\/02\/0224_achtergrond_rijpaden_neven1-1024x683.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2024\/02\/0224_achtergrond_rijpaden_neven1-1024x683.jpg\" loading=\"lazy\" \/><\/div><div class=\"image-title\">Onderzoek naar rijpadenteelt<\/div><p>Derk van Balen is sinds 2009 onderzoeker bedrijfssystemen en bodem bij Wageningen University and Research.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n\n\n\n<p>De introductie van de gps-systemen bood mogelijkheden. Het jaar na jaar exact over hetzelfde spoor rijden, werd daardoor eenvoudiger. Om die reden deed het Imag samen met Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) en Plant Research International (PRI) begin 2000 een nieuw onderzoek bij Biotrio, een samenwerking in het West-Brabantse Langeweg die bestond uit akkerbouwers Jaap Korteweg, Kees van Beek en Dyanne Schrauwen. De resultaten waren bemoedigd, en diverse akkerbouwbedrijven gingen ermee aan de slag. In 2009 werden ook rijpaden aangelegd in de proefpercelen met gereduceerde grondbewerking op het praktijkbedrijf van de Wageningse universiteit in Lelystad. Vijftien jaar later wordt er bij afdeling Open teelten in Lelystad nog steeds gewerkt met de vaste rijpaden \u2013 deels in combinatie met strokenteelt. In het onderzoek stuiten de onderzoekers nog regelmatig op nieuwe uitdagingen.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Hard<\/h2>\n\n\n\n<p>In een systeem met rijpadenteelt wordt het teeltbed nooit bereden, waardoor de grond luchtiger blijft. Dit verhoogt de mineralisatie en verbetert de waterhuishouding en gasuitwisseling. Bij sommige gewassen leidt deze aanpak tot hogere opbrengsten. Daarnaast zou je de grond eenvoudiger vlak kunnen leggen, kun je eerder het land op en kun je langer doorwerken. Dat komt doordat je altijd door hetzelfde spoor rijdt. Daardoor worden de rijpaden vaster en neemt de draagkracht toe.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar de teelt met vaste rijpaden heeft niet louter voordelen. Water zakt in de sporen minder makkelijk weg. Het loopt ook niet het teeltbed in. Bij rijpadenteelt wordt het bed namelijk steeds luchtiger, waardoor het hoger licht dan de rijpaden. Om het water weg te krijgen, lijkt lostrekken het meest voor de hand te liggen. \u201cToch passen we dit nog niet standaard toe\u201d, vertelt Van Balen. \u201cEr zijn nog veel onduidelijkheden. Wat is het beste moment? Hoe diep ga je de rijpaden lostrekken? En hoe intensief ga je te werk? Je wil immers de stevigheid van het pad behouden en geen kluiten naar boven trekken.\u201d<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-quote quote my-5\"><span class=\"quote-holder\">\u2018Bij ploegen komt verdichte grondin het teeltbed\u2019<\/span><\/section>\n\n\n\n<p>De onderzoekers hebben lang gediscussieerd over een oplossing. \u201cJe zou twee tanden op een schoffelmachine kunnen plaatsen. Dat is gemakkelijk, want dan kun je het lostrekken combineren met het schoffelen. Maar de rijpaden zijn hard en dat leidt ertoe dat het werktuig gaat zoeken achter de trekker. De machine wordt daardoor onrustig en blijft niet recht achter de trekker lopen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Ook twijfelen de onderzoekers of ze het hele rijpad moeten lostrekken of alleen de randen ervan. Aan de randen ontstaat immers verdichting die de gewasgroei beperkt. \u201cMaar als je net begint met rijpadenteelt doen de kantrijen het vaak beter dan de rijen in het midden van het bed. De verklaring daarvoor is dat de kantrijen meer licht, nutri\u00ebnten en water krijgen dan het gewas in het midden van het bed. In het midden van het bed groeien ze in verhouding minder goed. Naarmate je langer over dezelfde rijpaden rijdt, komt de verdichting steeds dieper te liggen. Ook dijt de verdichting steeds verder uit richting het teeltbed. Afhankelijk van de intensiteit en de momenten waarop je over de rijpaden rijdt, ga je daardoor zien dat de kantrijen steeds meer achterblijven op de rest\u201d, vertelt Van Balen. Door de machines op een spoorbreedte van 3,20 meter te zetten, blijven de wielen wat verder van het teeltbed af, waardoor het teeltbed minder wordt verdicht. \u201cMaar dan loop je tegen een ander probleem aan: het transport over de weg. Hoe breder de machine, hoe onhandiger.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>De onderzoekers bekijken of ze de randen van het rijpad ook vanuit het teeltbed kunnen lostrekken. Van Balen: \u201cDe teeltbedden woelen we los met een Kongskilde Paragrubber. De gebogen woelpoten werken de grond iets naar binnen. Door aan de buitenzijde van de buitenste woelpoten een kleine zijtand te bevestigen, zou je een deel van die verdichting misschien kunnen verhelpen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Het lostrekken van rijpaden stimuleert de onkruidgroei in de sporen \u2013 een andere uitdaging. \u201cBij het zaaien van een groenbemester, zaaien we ook de rijpaden in. Zo concurreert de groenbemester met het onkruid. Maar hoe ga je de groenbemester in de rijpaden vervolgens weer vernietigen? Daar zijn we nog niet uit.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>De harde rijsporen brengen nog een risico met zich mee: vooral onder natte omstandigheden bestaat de kans dat de trekker, kieper of oogstmachine van het harde rijpad in het teeltbed glijdt. \u201cHet is dan heel lastig om weer met de machine op het rijpad te komen. Vergelijk het met een stoeprand waar je met je fiets of auto strak langs rijdt. Zie dan maar eens op de stoep te komen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Om dit probleem te verhelpen, heeft het proefbedrijf aangedreven rupsen onder een getrokken AVR Spirit 5200-aardappelrooier laten plaatsen. Doordat deze ook kunnen sturen, is het relatief eenvoudig om de rooier terug op het rijpad te krijgen. Van Balen kent ook verhalen van akkerbouwers die bredere banden onder hun kistenwagens monteren. Deze banden zijn breder dan het rijpad en rijden daardoor iets door het teeltbed. \u201cMaar het verkleint het risico dat de wagen van het pad glijdt. Dat laatste weegt dan zwaarder.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Om de verdichting naast de rijpaden te beperken, is het volgens de onderzoeker zinvol om zo licht mogelijke machines te gebruiken. \u201cHoe langer je een systeem met rijpaden toepast, hoe lichter de machines kunnen worden. Het teeltbed wordt steeds losser, waardoor er steeds minder energie nodig is om deze te bewerken.\u201d<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Machines aanpassen<\/h2>\n\n\n\n<p>Rijpadenteelt levert vooral voordelen op als alle \u2013 of in ieder geval zoveel mogelijk \u2013 machines op de rijpaden rijden. Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Een gangbare spoorbreedte in de rijpadenteelt was 3,15 meter en is tegenwoordig 3,20 meter. Trekkers zijn \u2013 ondanks dat het behoorlijk wat kosten met zich meebrengt \u2013 relatief eenvoudig op deze breedte te zetten. Of het voor de trekker ook goed is, betwijfelt Van Balen. \u201cAls er met verlengbussen wordt gewerkt, krijgen de wiellagers het flink te verduren.\u201d Naast een aantal trekkers heeft het proefbedrijf in Lelystad ook een AVR-aardappelrooier op breedspoor. Een belangrijk oogstprobleem is daarmee verholpen. Voor het rooien van bieten hebben de onderzoekers nog geen oplossing gevonden en daarom ontbreken bieten in het bouwplan.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Onhandig<\/h2>\n\n\n\n<p>Hoewel 3,15 en 3,20 meter de meest gebruikte spoorbreedtes zijn, denkt Van Balen dat die omlaag zal gaan. \u201cIn Nederland hebben we de rijpadenteelt afgestemd op de rijafstanden van de gewassen \u2013 we willen een zo hoog mogelijke plantbezetting en gewasopbrengst. Daarnaast is het praktisch dat 3 meter brede werktuigen precies tussen de wielsporen passen. Maar op de kopakker is het onhandig, laat staan op de openbare weg. De grote machinebreedte maakt een ontheffing noodzakelijk om er \u00fcberhaupt mee de weg op te mogen. Waarom gaan we in Nederland dan niet naar een spoorbreedte van 2,25 meter? Dat is veel praktischer en het beperkt het aantal aanpassingen aan machines. Daarnaast kun je dan met gangbare werktuigen nog uit de voeten. Desnoods haal je de buitenste tanden van de kopeg af. Hoe erg is dat?\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>De onderzoeker pleit dus voor een smallere spoorbreedte om het teeltsysteem praktischer te maken en ervoor te zorgen dat je slagvaardiger kunt werken. Van Balen: \u201cHet aantal werkbare dagen loopt door extreme weersomstandigheden steeds verder terug. De werkcapaciteit \u2013 de hoeveelheid werk die je op een dag kunt verzetten \u2013 wordt de komende jaren daardoor steeds belangrijker. Daarnaast kan het ook een besparing opleveren. Door andere rijafstanden te hanteren, kun je bijvoorbeeld een schoffelmachine misschien wel voor meerdere gewassen inzetten of hoef je niet elke keer aanpassingen te doen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Ploegen<\/h2>\n\n\n\n<p>Tot slot is er nog een ander knelpunt: de hoofdgrondbewerking van de grond. \u201cAls je gaat ploegen, ploeg je de paden mee. De draagkracht van het rijpad gaat daardoor verloren en de verdichte grond van het rijpad komt in het teeltbed terecht. Het bed raakt daardoor simpelweg vervuild met kwalitatief mindere grond. Stop dus met ploegen\u201d, adviseert Van Balen. Daardoor blijven de rijpaden compact en blijft de draagkracht behouden. Ook de natuurlijke pori\u00ebn en het bodemleven blijven in stand. Hoewel de grond in het teeltbed compact is, blijft de doorlatendheid goed. Dat zorgt voor betere waterinfiltratie en gasuitwisseling.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Toch zijn er situaties waarbij ploegen wenselijk is. Om die reden bouwde Wim Steverink, een constructiebouwer uit Tollebeek (Fl.), een voorloze ploeg. Deze symmetrisch gebouwde ploeg heeft zes gewone ploegscharen en een groot horizontaal rister in het midden. Dit rister haalt een 82 cm brede plak uit de grond. Het V-vormige rister splitst en verdeelt deze plak over twee transportbanden. Voordat de grond op de transportbanden komt, draaien twee hydraulisch aangedreven trommels en spiraalbanden de plakken grond om. De grond ligt daardoor ondersteboven op de transportbanden, waarna de grond over de overige risters heen wordt geleid en in de twee voren achter de twee laatste risters wordt teruggelegd.<\/p>\n\n\n\n<p>Op het praktijkbedrijf hebben ze de ploeg uitvoerig getest. Van Balen: \u201cDe grond legt een paar meter over de spiraalbanden af. Doordat de machine trilt, valt de grond een beetje uit elkaar en is er een risico dat de kerende werking afneemt. Dit verschilt per grondsoort. Daarnaast is het best wel een complexe machine. Het is een ingenieus idee wat verdere uitwerking verdient. Kortom, in de rijpadenteelt staan we nog voor heel wat uitdagingen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<div class=\"wp-block-columns alignfull is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\">\n<div class=\"wp-block-column is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\">\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2024\/02\/0224_achtergrond_rijpaden_neven2-1024x683.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2024\/02\/0224_achtergrond_rijpaden_neven2-1024x683.jpg\" loading=\"lazy\" \/><\/div><div class=\"image-title\">Voorloze ploeg voor de rijpadenteelt<\/div><p>Constructeur Wim Steverink bouwde een voorloze ploeg. Een groot rister haalt in het midden een brede plak uit de grond. De grond wordt gekeerd en via transportbanden in de voren gelegd.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n<\/div>\n\n\n\n<div class=\"wp-block-column is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\">\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2024\/02\/0224_achtergrond_rijpaden_neven3_optie2-1024x683.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2024\/02\/0224_achtergrond_rijpaden_neven3_optie2-1024x683.jpg\" loading=\"lazy\" \/><\/div><div class=\"image-title\">Rooier op rupsen<\/div><p>De AVR-rooier is voorzien van aangedreven rupsbanden. Zo komt de machine eenvoudig weer op het rijpad als hij eraf is gegleden.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n<\/div>\n<\/div>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-kadertekst article-highlight\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-6\"><\/div><div class=\"col-md-6\"><h3>Rijpadenrooier<\/h3><p>De onderzoekers van het praktijkbedrijf uit Lelystad lieten in 2021 een AVR Spirit 5200-bunkerrooier ombouwen voor de rijpadenteelt. Een kostbaar en complex project. Zo kreeg de getrokken aardappelrooier een brede as om de spoorbreedte te vergroten tot 3,15 meter. Ook werden rupsbanden, een axiaalset en opbrengstcamera opgebouwd. In de podcastserie In productie is te horen wat er allemaal kwam kijken bij dit ontwikkel- en productieproces. De podcastserie is te beluisteren via de website van LandbouwMechanisatie.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hogere gewasopbrengsten, lossere grond en meer werkbare dagen. Het zijn zomaar wat voordelen van de rijpadenteelt. Maar het systeem kent ook keerzijden, melden onderzoekers van Wageningen University and Research die 15 jaar ervaring met vaste rijpaden opdeden.\u00a0<\/p>\n","protected":false},"author":3567,"featured_media":89319,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"wds_primary_category":698,"wds_primary_post_tag":0,"wds_primary_dossier":0,"wds_primary_artikel_type":0,"footnotes":""},"categories":[698,106],"tags":[],"dossier":[],"artikel_type":[27],"class_list":["post-89318","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-achtergrond","category-akkerbouw","artikel_type-artikelen"],"acf":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/89318","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/users\/3567"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=89318"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/89318\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":89324,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/89318\/revisions\/89324"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/media\/89319"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=89318"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=89318"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=89318"},{"taxonomy":"dossier","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/dossier?post=89318"},{"taxonomy":"artikel_type","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/artikel_type?post=89318"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}