{"id":92149,"date":"2024-12-23T08:00:00","date_gmt":"2024-12-23T07:00:00","guid":{"rendered":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/?p=92149"},"modified":"2024-12-18T13:02:39","modified_gmt":"2024-12-18T12:02:39","slug":"grip-op-elke-situatie","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/artikel\/20241223\/grip-op-elke-situatie\/","title":{"rendered":"Grip op elke situatie"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-post-excerpt\"><p class=\"wp-block-post-excerpt__excerpt\">In de wereld van de tracks zijn er grofweg twee varianten: montage direct op de wielnaaf of via een subframe. Wat zijn de verschillen en wat is het effect op de werking? <\/p><\/div>\n\n\n<p>Akkerbouwers die met rupsen de bodemdruk willen verlagen en\/of de wielslip van hun trekker willen terugdringen kunnen kiezen tussen twee verschillende rupssystemen. Een rups met een subframe of \u00e9\u00e9n die rechtstreeks aan de naaf wordt gemonteerd. Beide hebben voor- en nadelen.<\/p>\n\n\n\n<p>Montage rechtstreeks aan de naaf met een lager tussen het sprocketwiel [1] en het frame van de rups is constructief het eenvoudigst omdat er geen op maat gemaakt subframe nodig is. Als gevolg hiervan kun je de rups ook nog relatief eenvoudig op een andere trekker of machine monteren: een andere hartplaat erin en klaar is Kees. Maar omdat trekkerbouwers de ruimte rondom de naaf steeds voller bouwen met onderdelen voor de luchtremmen bijvoorbeeld of een extra brandstoftank, wordt dat steeds lastiger. Trekkerbouwers gaan er nu eenmaal niet vanuit dat je ook rupsen onder de trekker kunt monteren. Verder is het bij montage aan de naaf lastig om met een brede rups binnen de maximaal toegestane breedte te blijven voor transport over de weg.<\/p>\n\n\n\n<p>In dat geval komt een rups met een aanbouwframe in beeld. Bij die constructie draagt de rups de machine niet op de naaf, maar direct op de as of op het frame en is er vaak meer aanbouwruimte voor de rups. Fabrikant Zuidberg uit Ens (Fl.) levert beide varianten: type C voor montage op de naaf en het F-type voor montage aan de as of frame. Hieronder is het F-type afgebeeld, waarbij de montageplaat [2] aan het frame wordt gebout.<\/p>\n\n\n\n<p>Bij beide rupsvarianten staan de keerwielen [3]zo\u2019n 20 mm hoger dan de loopwielen [4]. Dit is vooral gedaan om het contactoppervlak met het wegdek tijdens transport over de weg te verkleinen en daarmee de slijtage van de rups [5] te beperken. Bijkomend voordeel is dat de tracks daardoor in het veld wat meer \u2018klimmend vermogen\u2019 krijgen.<\/p>\n\n\n\n<p>Toch wordt het klimmende vermogen van een rups vooral bepaald door de constructie van de track. Bij het C-frame is daarbij de horizontale afstand tussen het hart van naaf tot het hart van het voorste keerwiel van belang. Hoe korter die afstand is, hoe sneller de rups de neiging heeft om voorover te duiken. Soms is er bij bijvoorbeeld een hakselaar of een maaidorser door het maaibord of voorzetstuk onvoldoende ruimte voor de rups. In dat geval kiest de fabrikant noodgedwongen voor een asymmetrische bouwwijze van de rups. Als gevolg hiervan is de horizontale afstand tussen hart van de naaf en hart van het voorste keerwiel beperkt. Om voorover duiken van de track te voorkomen, wordt dan een limiter gemonteerd.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Scharnierpunt<\/h2>\n\n\n\n<p>Bij het F-type ligt het scharnierpunt (punt S op de tekening) veel lager op het hoofdframe [6] dan het hart van de naaf bij het C-type. De denkbeeldige lijn vanaf het scharnierpunt naar het voorste keerwiel ligt daardoor veel vlakker dan die van de denkbeeldige lijn bij het C-type. Door het aanbouwframe kan een track van het F-type niet kantelen. Het klimmend vermogen bij dit type rups kan de bouwer van het F-type be\u00efnvloeden door scharnierpunt (punt S op de tekening) horizontaal of verticaal te verschuiven.<\/p>\n\n\n\n<p>Voor een zo optimaal mogelijke aanpassing aan de ondergrond kunnen de loopwielen verder overdwars pendelen. Deze zogeheten vrijheidsgraden voorkomen dat een track bij een oneffenheid op \u00e9\u00e9n wiel gaat lopen. De keerwielen kunnen niet pendelen.<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-kadertekst article-highlight\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-6\"><\/div><div class=\"col-md-6\"><h3>Uitlijnen<\/h3><p>Bij de montage van tracks met een aanbouwframe is het van belang dat deze goed zijn uitgelijnd om te voorkomen dat de wrijving in de track te groot wordt. Zuidberg levert daarom een duidelijke meetinstructie bij rupsen van het F-type. Met behulp van een infrarood temperatuurmeter kan de temperatuur bij (met name) rijden op de weg worden gemeten. Een onjuiste uitlijning leidt tot overmatige warmteproductie en slijtage. Door de track correct uit te lijnen kan dit worden voorkomen en dat verlengt de levensduur van de track. Zuidberg bouwt standaard excenters in de tracks, die het uitlijnen vereenvoudigen.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2024\/12\/1224_o-werkt-dat-zo-opzij_2_2-1024x512.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-content\/uploads\/sites\/2\/2024\/12\/1224_o-werkt-dat-zo-opzij_2_2-1024x512.jpg\" loading=\"lazy\" \/><\/div><div class=\"image-title\"><\/div><p><\/p><\/div><\/div><\/section>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In de wereld van de tracks zijn er grofweg twee varianten: montage direct op de wielnaaf of via een subframe. Wat zijn de verschillen en wat is het effect op de werking?<\/p>\n","protected":false},"author":3076,"featured_media":92150,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"wds_primary_category":768,"wds_primary_post_tag":0,"wds_primary_dossier":0,"wds_primary_artikel_type":0,"footnotes":""},"categories":[768],"tags":[],"dossier":[],"artikel_type":[27],"class_list":["post-92149","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-banden","artikel_type-artikelen"],"acf":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/92149","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/users\/3076"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=92149"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/92149\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":92151,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/92149\/revisions\/92151"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/media\/92150"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=92149"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=92149"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=92149"},{"taxonomy":"dossier","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/dossier?post=92149"},{"taxonomy":"artikel_type","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/landbouwmechanisatie\/wp-json\/wp\/v2\/artikel_type?post=92149"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}