{"id":22488,"date":"2025-09-23T11:46:58","date_gmt":"2025-09-23T09:46:58","guid":{"rendered":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/?p=22488"},"modified":"2025-09-23T11:46:58","modified_gmt":"2025-09-23T09:46:58","slug":"gezond-groot-worden-jongveestal-met-toekomst","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/artikel\/20250923\/gezond-groot-worden-jongveestal-met-toekomst\/","title":{"rendered":"Gezond groot worden &#8211; Jongveestal met toekomst"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-post-excerpt\"><p class=\"wp-block-post-excerpt__excerpt\">Of je nu een nieuwe jongveestal bouwt of een bestaande situatie aanpast, er zijn belangrijke keuzes te maken om het jongvee goed te huisvesten. We schetsen de ideale situatie voor gezonde kalveren. <\/p><\/div>\n\n\n<p>De melkkoeien van morgen staan vandaag in de jongveestal. Hier wordt de basis gelegd voor gezonde koeien met een hoge levensproductie. Toch krijgt deze stal minder aandacht bij uitbreidingen. Waar de melkveestal in de loop der jaren keer op keer wordt vergroot, vernieuwd en voorzien van moderne techniek, is de jongveestal vaak het kind van de rekening. Gelukkig onderkennen steeds meer melkveehouders dat juist de jongveestal een belangrijke schakel is binnen het bedrijf. Een doordacht ontwerp leidt tot gezondere kalveren, een lagere uitval, een gelijkmatigere groei en uiteindelijk tot melkkoeien die beter presteren en langer meegaan. Alle reden dus voor wat meer aandacht voor de jongveestal.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">De eerste twee weken<\/h2>\n\n\n\n<p>De eerste levensdagen van een kalf vragen om veel individuele aandacht. Daarom begint de opfok in eenlingboxen, waar kalveren apart staan en de veehouder ze goed in de gaten kan houden. Wettelijk wordt deze fase in de toekomst beperkt tot maximaal veertien dagen. Daarna moeten de kalveren in groepen worden gehuisvest. In de nieuwe regelgeving van de AMvB Dierwaardige Veehouderij wordt bovendien gerekend met minimaal 1,5 vierkante meter per box, waarbij de afscheidingen open moeten zijn zodat dieren elkaar kunnen zien en aanraken.<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-kadertekst article-highlight\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-6\"><\/div><div class=\"col-md-6\"><h3>Melk klaarmaken<\/h3><p>Een vaste plek om melk te bereiden bespaart tijd. Zorg daarom voor een vorstvrije ruimte in of naast de jongveestal, met voldoende plek voor melkpoederopslag, een schoon werkblad en een wateraansluiting met hoge doorstroming. Zo is er altijd warm en koud water beschikbaar om poeder goed op te lossen en om materiaal schoon te maken. Reserveer bovendien ruimte voor een melktaxi, zodat het sjouwen met emmers verleden tijd is.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n\n\n\n<p>Volgens Ruud de Graaf, kalverspecialist bij Alpuro Breeding, is een tekort aan eenlingboxen een veelgemaakte fout. \u201cDaardoor schiet het uitmesten en ontsmetten er in drukke periodes vaak bij in. Wij adviseren 15 tot 20 eenlingboxen op 100 melkkoeien. Zo is er altijd voldoende plek en blijft er tijd om de&nbsp; boxen goed schoon te maken en te laten drogen. Hiermee houd je de infectiedruk zo laag mogelijk.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Eenlingboxen staan idealiter vlak bij een deur, zodat ze eenvoudig naar buiten gereden kunnen worden naar een vaste spuitplaats. Een tochtvrije opstelling is cruciaal. Jonge kalveren verdragen geen koude luchtstromen. Kleine maatregelen maken veel verschil: karton op het rooster van de eenlingboxen voorkomt bijvoorbeeld optrekkende kou. Het houdt bovendien ook fijner stro bovenop het rooster en vereenvoudigt het schoonmaken. Het karton mag gewoon mee met de vaste mest \u2013 het is verteerd voordat de mest wordt uitgereden. Een licht bol getrokken vloer met 3 tot 4 procent afschot onder de boxen voert urine en spoelwater snel af, waardoor het looppad schoon blijft en de infectiedruk daalt.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-content\/uploads\/sites\/7\/2025\/09\/0525_jongveestal_stro2_2-1250x833.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-content\/uploads\/sites\/7\/2025\/09\/0525_jongveestal_stro2_2-1250x833.jpg\" \/><\/div><div class=\"image-title\"><\/div><p>Dichte hekken met kunststof panelen zorgen ervoor dat de kalveren altijd tochtvrij kunnen liggen.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n\n\n\n<p>Na deze eerste fase moeten kalveren in de toekomst verplicht naar een groepshuisvesting. Omdat stierkalveren tot 28 dagen op het bedrijf moeten blijven, is het praktisch om voor deze dieren een ge\u00efsoleerde groepshuisvesting buiten de stal te maken. Zulke units zijn vaak vergunningsvrij en vormen een relatief eenvoudige manier om extra capaciteit te cre\u00ebren zonder grote bouwprojecten.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Tot half jaar op stro<\/h2>\n\n\n\n<p>De eerste honderd dagen zijn kalveren het beste af in een volledig strohok. In deze fase is comfort belangrijker dan arbeidsgemak: kalveren liggen warm en droog, hebben voldoende grip en kunnen vrij bewegen. De Graaf: We zien bij onze klanten steeds vaker dat er als richtlijn 4,5 tot 5 vierkante meter per kalf wordt aangehouden voor een strohok. Minder ruimte leidt al snel tot nat stro, viezere hokken en een hogere infectiedruk.<\/p>\n\n\n\n<p>Bij oudere kalveren kan een roosterzone aan de voorkant van het strohok een goede aanvulling zijn. Daar nemen de dieren voer en water op en mesten ze, zodat het liggedeelte langer schoon blijft.\u201d De roosters hebben bovendien een praktisch voordeel: de dieren kunnen er tijdelijk worden opgesloten bij het uitmesten, zodat de shovel ongehinderd kan werken. Belangrijk is dat de rijpaden recht en breed zijn, zodat het uitmesten weinig tijd vraagt. Vermijd incourante hoeken die met de hand moeten worden uitgemest. Het heeft de voorkeur als alle hokken in \u00e9\u00e9n rechte lijn uitgemest kunnen worden.<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cArbeidsgemak is cruciaal voor de hygi\u00ebne\u201d, zegt De Graaf. \u201cAls het uitmesten veel tijd of handwerk kost, wordt het vaak uitgesteld. Zeker in de zomer levert dat een hoge vliegendruk en extra ziekteproblemen op.\u201d Daarom is een hok zo ontworpen dat de shovel er vlot in en uit kan en dat de mest makkelijk naar de opslag afgevoerd kan worden. Zorg dat de mestopslag dichtbij is of dat de mest in een kieper wordt gelost om te voorkomen dat het erf vies wordt door gemorste mest.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>De strobalen kunnen op een platform boven de strohokken worden opgeslagen. Dat vereenvoudigt het instrooien. Bij de kalveren tot ongeveer drie maanden heeft instrooien met de hand de voorkeur omdat bij het machinaal instrooien vaak veel stof vrijkomt. Zorg bij de opslag van het stro boven de dieren dat de ongediertebestrijding op orde is.<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-content\/uploads\/sites\/7\/2025\/09\/0525_jongveestal_opslag_2-1250x826.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-content\/uploads\/sites\/7\/2025\/09\/0525_jongveestal_opslag_2-1250x826.jpg\" \/><\/div><div class=\"image-title\"><\/div><p>Het stro opslaan boven de kalveren vereenvoudigt het instrooien en leidt tot minder stof dan bij het gebruik van een stroblazer.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">All-in-all-out<\/h2>\n\n\n\n<p>Verder moeten dieren van dezelfde leeftijden tot een halfjaar bij elkaar in het hok blijven. \u201cAll-in-all-out heeft bij grotere bedrijven de voorkeur omdat er gemakkelijk groepen van bijvoorbeeld tien kalveren van dezelfde leeftijd bij elkaar gehouden kunnen worden\u201d, zegt De Graaf. \u201cDoor in de eerste maanden de kalveren bij elkaar te houden, gaat de infectiedruk aanzienlijk omlaag, is onze ervaring.\u201d Als een groep kalveren last gehad heeft van diarree en er worden telkens nieuwe kalveren aan de groep toegevoegd en de oudste doorgeschoven blijft er een risico dat deze dieren weer besmet raken. Bij bedrijven met minder kalveren zijn kleinere groepen of een doorschuifsysteem praktischer.<\/p>\n\n\n\n<p>De afscheidingen tussen hokken bepalen het stalklimaat \u00e9n de ziekteverspreiding. Aan de strozijde zijn dichte hekken aan te raden: die voorkomen tocht en beperken de verspreiding van kiemen zoals pinkengriepvirus en mycoplasma. Bovendien kunnen de kalveren dan overal in het stro gaan liggen zonder risico op koude luchtstromen.<\/p>\n\n\n\n<p>Naast de melkvoorziening is ook voldoende water belangrijk. Zorg voor een drinkpunt dat is afgestemd op het aantal dieren in het hok, zodat kalveren onbeperkt kunnen drinken. Tot slot verdient ook de bodem aandacht. Strohokken liggen idealiter iets verdiept, zodat urine en vocht niet wegstromen naar andere delen van de stal. Een alternatief is een vloer met gaatjes boven een mestkelder, waardoor vocht direct kan wegzakken en het strobed langer droog blijft.<\/p>\n\n\n\n<p>Wanneer de dieren op een leeftijd van 3 tot 3,5 maand worden overgeplaatst naar het volgende hok, is het belangrijk dat deze stap zo soepel mogelijk verloopt. Bij voorkeur ligt het opvolghok tegenover het vorige hok, aan de overkant van de voergang. Zo kunnen de kalveren met minimale stress en arbeid verplaatst worden, zonder lange omwegen of gedoe met drijven door de stal. Door het strohok ongeveer twee keer zo diep te maken als dat het breed is, is het makkelijker om de afscheidingshekken te gebruiken om makkelijk te kunnen uitmesten. Maar het is ook handig als je twee hokken bij elkaar wilt trekken, bijvoorbeeld als er veel kalveren van dezelfde leeftijd zijn.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Ligboxen<\/h2>\n\n\n\n<p>Na ongeveer een halfjaar zijn de kalveren voldoende weerbaar en kunnen ze van het stro af. Ze krijgen dan ligboxen, vergelijkbaar met die van de melkkoeien, zodat ze alvast kunnen wennen aan het systeem.&nbsp; Volgens Ruud de Graaf is het belangrijk dat de dieren ruim in de boxen kunnen liggen en staan. De maten uit het Handboek Melkveehouderij zijn vaak aan de krappe kant, vindt hij. De Graaf adviseert daarom 90 cm breed voor jongvee van 6 tot 9 maanden, 100 cm voor 12 tot 15 maanden en tot 110 cm vanaf 15 maanden tot aan afkalven. Belangrijk is dat de lengte van de box zo gekozen wordt dat het dier er volledig in past, met alle vier poten op de boxvloer wanneer het erin staat. Het verschijnsel van zogenoemde damslapers (dieren die op de roosters liggen in plaats van in de box) is volgens De Graaf vaak een signaal dat de box te klein is.<\/p>\n\n\n\n<p>Ook de schoftboom verdient aandacht. Het dier mag er net met de schoft tegenaan komen, zodat het comfortabel kan liggen en opstaan. Maar voorkomen moet worden dat het dier onder de boom door kruipt. Houd daarbij rekening met het feit dat een kalf of pink bij het opstaan 30 tot 40 cm naar voren beweegt. Indien de dieren niet met vier poten in de box kunnen staan, biedt een gekartelde schoftboom soms uitkomst, op voorwaarde dat de rest van de box voldoende lengte en kopruimte biedt.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Eigen vreetplaats<\/h2>\n\n\n\n<p>Omdat de verwachting is dat in de toekomst elk dier een eigen vreetplaats moet hebben \u2013 zelfs als er onbeperkt gevoerd wordt \u2013 is het verstandig hier al rekening mee te houden: of nu al bovenwettelijk realiseren, of de ruimte zo ontwerpen dat er makkelijk extra vreetplaatsen gerealiseerd kunnen worden.<\/p>\n\n\n\n<p>Een goede jongveestal staat of valt met het klimaat. Kalveren zijn gevoeliger voor tocht, vocht en temperatuurschommelingen dan melkkoeien. Een droog, fris en stabiel stalklimaat voorkomt longproblemen, verhoogt de weerstand en leidt ertoe dat het strobed langer schoon blijft.<\/p>\n\n\n\n<p>Ventilatie gebeurt bij voorkeur natuurlijk, met veel luchtinhoud en een ge\u00efsoleerd dak om temperatuurschommelingen te beperken. Een muurhoogte van drie meter is wenselijk. Bovenop de muren (tot aan de goot) kan gewerkt worden met gordijnen en windbreekgaas. Deze gordijnen worden bij voorkeur automatisch aangestuurd op basis van temperatuur, luchtvochtigheid en windsnelheid. Zo blijft de lucht fris zonder dat er tocht ontstaat.<\/p>\n\n\n\n<p>De ori\u00ebntatie van de stal speelt mee: een open oostzijde is vaak gunstig omdat de lucht daar droger is, terwijl de westzijde juist vaker dicht blijft om gure, vochtige wind buiten te houden. Bij stallen waar de natuurlijke ventilatie onvoldoende is, kan mechanische ondersteuning met ventilatoren uitkomst bieden, maar dit mag nooit leiden tot koude luchtstromen langs de kalveren.<\/p>\n\n\n\n<p>Een ge\u00efsoleerd dak is een belangrijke investering: het voorkomt condensvorming, houdt het stro droger en zorgt dat de temperatuur in de zomer minder snel oploopt. Zeker in de eerste zes maanden draagt dit direct bij aan gezondere dieren.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Licht<\/h2>\n\n\n\n<p>Naast frisse lucht is ook licht belangrijk in de jongveestal. Daglicht stimuleert natuurlijk gedrag, maakt dieren actiever en bevordert de voeropname. Bovendien kunnen veehouders de dieren beter beoordelen als de stal licht en overzichtelijk is. In de nieuwe AMvB Dierwaardige Veehouderij wordt daglicht zelfs verplicht. Praktisch betekent dit dat jongveestallen voorzien moeten zijn van voldoende lichtplaten in het dak, open gevels of ramen in de zijwanden. Een goede lichtinval draagt niet alleen bij aan diergezondheid, maar ook aan het arbeidsplezier. Een lichte stal werkt schoner en is overzichtelijker.<\/p>\n\n\n\n<section class=\"wp-block-newheap-blocks-one-col-image image-holder\"><div class=\"row\"><div class=\"col-md-12\"><div class=\"image-holder\" style=\"background-image:url(https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-content\/uploads\/sites\/7\/2025\/09\/0525_jongveestal_stro_2_2-1250x833.jpg)\"><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-content\/uploads\/sites\/7\/2025\/09\/0525_jongveestal_stro_2_2-1250x833.jpg\" \/><\/div><div class=\"image-title\"><\/div><p>In een groot groepshok op stro liggen kalveren warm en droog. Richtlijn is 4,5 tot 5 per vierkante meter per kalf. Zeker in de eerste honderd dagen verlaagt stro de kans op diarree en longproblemen. Door groepen van gelijke leeftijd bij elkaar te houden, blijft het overzicht groot en de infectiedruk laag.<\/p><\/div><\/div><\/section>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Of je nu een nieuwe jongveestal bouwt of een bestaande situatie aanpast, er zijn belangrijke keuzes te maken om het jongvee goed te huisvesten. We schetsen de ideale situatie voor gezonde kalveren.<\/p>\n","protected":false},"author":3859,"featured_media":22489,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"wds_primary_category":82,"wds_primary_post_tag":0,"wds_primary_dossier":0,"wds_primary_artikel_type":0,"footnotes":""},"categories":[82,95],"tags":[],"dossier":[],"artikel_type":[27],"class_list":["post-22488","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-stalinrichting","category-veehouderij","artikel_type-artikelen"],"acf":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/22488","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/users\/3859"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=22488"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/22488\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":22493,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/22488\/revisions\/22493"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/media\/22489"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=22488"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=22488"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=22488"},{"taxonomy":"dossier","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/dossier?post=22488"},{"taxonomy":"artikel_type","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.mechaman.nl\/veehouderij-techniek\/wp-json\/wp\/v2\/artikel_type?post=22488"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}