De Amerikaanse milieudienst EPA heeft in de VS de verplichting opgeheven om Diesel Exhaust Fluid (DEF)-sensoren te monteren in dieselmotoren. De maatregel komt tegemoet aan landelijke zorgen van boeren en vrachtwagenchauffeurs over storingen die veroorzaakt worden door falende DEF-systemen. Volgens de dienst zwakt de maatregel de emissienormen niet af.
De nieuwe richtlijn moet Amerikanen miljarden dollars besparen aan reparatiekosten en productiviteitsverlies, meldt de milieudienst EPA in een persbericht. Volgens de Amerikaanse Small Business Administration (SBA) besparen boeren hierdoor jaarlijks 4,4 miljard dollar (3,8 miljard euro) en levert de maatregel in totaal 13,8 miljard dollar (11,9 miljard euro) aan besparingen per jaar op.
De uitlaatgassen van dieselmotoren worden sinds 2010 behandeld met een ureumoplossing (AdBlue), waardoor de schadelijke uitstoot wordt beperkt. De vloeistof die in het uitlaatsysteem wordt gespoten zet voor het milieu kwalijke stikstofoxiden om in onschadelijk stoffen.
Maar gebruikers van dieselmotoren klagen over storingen. Bij een lege AdBlue-tank of bij een storing volgt een sterke snelheidsbeperking (tot 8 km/h) of zelf stilstand. Onder de nieuwe richtlijnen krijgen voertuigen eerst alleen een waarschuwing en kunnen ze langere tijd normaal blijven functioneren voordat de prestaties van motor teruglopen. Volgens de EPA verzwakt deze maatregel de emissienormen niet, maar zorgt ze ervoor dat deze in de praktijk beter werken.
De maatregel is onder andere gebaseerd op een onderzoek van de milieudienst EPA zelf bij fabrikanten van DEF-systemen. Volgens EPA-directeur Lee Zeldin blijkt daaruit dat ‘falende DEF-systemen geen probleem zijn van de oost- of westkust of het midden van het land – het is een nationale crisis’. “Amerikanen hebben terecht genoeg van deze problemen. Vandaag zetten we opnieuw een stap.”