CNH Industrial boekte in het eerste kwartaal van 2026 een lagere winst. De fabrikant van landbouw- en bouwmachines zag de resultaten teruglopen door een zwakke vraag naar landbouwmachines in onder meer Noord- en Zuid-Amerika.
Het concern behaalde in de eerste drie maanden van het jaar een nettowinst van 10 miljoen dollar. Een jaar eerder was dat nog 132 miljoen dollar. De omzet van het hele concern kwam uit op 3,8 miljard dollar en bleef daarmee vrijwel gelijk. CNH-topman Gerrit Marx wijst de lagere vraag naar landbouwmachines in Noord-Amerika als belangrijke oorzaak aan. Handelstarieven en economische omstandigheden in Brazilië drukten eveneens op de resultaten. CNH hield de productie laag en stuurde op kostenbeheersing en stabiele voorraden bij dealers.
De landbouwdivisie van CNH noteerde een omzet van 2,6 miljard dollar, vergelijkbaar met een jaar eerder. De winst daalde sterk doordat er minder verkocht werd, de kosten hoger waren en ook de effecten van importheffingen zichtbaar werden. Vooral in Noord- en Zuid-Amerika nam de vraag af, terwijl Europa een lichte groei liet zien.
De bouwdivisie realiseerde een omzet van 574 miljoen dollar, een daling van 3 procent. Dit onderdeel sloot het kwartaal af met een operationeel verlies. Ondanks een wereldwijde groei in de vraag naar bouwmaterieel, verkocht CNH wel minder en waren de kosten hoog.
De financiële tak van het bedrijf noteerde een nettowinst van 74 miljoen dollar, minder dan een jaar eerder. Hogere risico’s in Brazilië en lagere volumes in meerdere regio’s speelden hierbij een rol.
CNH verwacht dat de markt van landbouwmachines in de rest van 2026 stabiel zal blijven of licht zal dalen. De bouwdivisie zou stabiel blijven.