Cema, de Europese brancheorganisatie voor fabrikanten van landbouwmachines, roept de Europese Unie op om een programma met de naam ‘Made in Europe’ op te zetten. Dat moet de Europese industrie versterken en wapenen tegen internationale concurrentie, met name uit Azië, maar ook tegen geopolitieke onzekerheid en afhankelijkheid van buitenlandse technologie en productieketens.
Cema heeft zich aangesloten bij een coalitie van ruim tachtig organisaties uit de Europese industrie, het onderzoek en het onderwijs. Volgens deze coalitie blijft de maakindustrie van groot belang voor de Europese economie. De sector zorgt voor werkgelegenheid, stimuleert innovatie en draagt zo bij aan de strategische positie van Europa. Tegelijkertijd staat de Europese industrie voor de opgave om nieuwe technologie sneller op te schalen en om te zetten in productie binnen Europa. In een gezamenlijke oproep geven de organisaties aan dat in de periode tussen 2028 tot en met 2034 er meer snelheid moet komen in de Europese innovatie, dat de strategische sectoren minder afhankelijk van landen buiten Europa moeten worden, dat ze circulair en klimaatneutraal moeten produceren, dat Europa een leidende rol moet pakken in de digitalisering, automatisering en kunstmatige intelligentie. Daarnaast moet er volgens het samenwerkingsverband meer geinvesteerd worden in vakmensen en scholing.
Voor fabrikanten van landbouwmachines speelt dat volgens Cema extra sterk. De ontwikkeling van duurzame, digitale en slimme landbouwtechniek vraagt om een concurrerende Europese productieomgeving. Zonder die basis komt ook de verdere ontwikkeling van precisielandbouw en andere nieuwe toepassingen onder druk te staan.
De coalitie vraagt Europese beleidsmakers om het programma onder te brengen in nieuwe Europese fondsen. Die moeten ervoor zorgen dat onderzoek, innovatie en industriële toepassing beter op elkaar aansluiten. Europa moet die nieuwe techniek niet alleen zelf ontwikkelen maar ook in eigen regio zelf maken.