De verkoop van de Europese fabrikanten van landbouwmachines valt ook in 2007 hoger uit dan in 2006. Dat is voor het vierde achtereenvolgende jaar. Tussen de landen bestaan wel verschillen, meldt het VDMA. In het jaar 2006 was het marktvolume 19,1 miljard euro en daarmee ruim 7 procent hoger dan in 2005. In de nieuwe lidstaten van de EU was de groei 19 procent en daarmee hoger dan het gemiddelde, maar ook in verschillende ‘oude’ lidstaten was de balans positief. Met een volume van 3,3 miljard euro is de Duitse markt spectaculair gegroeid en nadert de omzet in Frankrijk, hoewel dat land 50 procent meer landbouwbedrijven heeft en 70 procent meer oppervlakte aan landbouwgronden.

In Duitsland zijn in het eerste halfjaar van 2007 in totaal 14.621 trekkers, 1 procent minder dan in 2006. In het tweede halfjaar verwacht de VDMA een verdere teruggang, maar het eindresultaat zal boven het tienjarige gemiddelde van 25400 stuks uitkomen.
De groep oogstmachines groei meer dan evenredig, vooral bij de voederwinning, inclusief grootpakpersen en veldhakselaars. De verkopen van oprolpersen en maaidorsers wordt met een teruggang rekening gehouden. Staan de grondbewerkingswerktuigen, veldspuiten en zaaimachines volop in de belangstelling, de verkoop van kunstmeststrooiers is teruglopend.  Daarentegen verwacht men in de sector melk- en koeltechniek een stijging van 5 procent.

In een stagnerende markt in het afgelopen jaar trekt de Franse markt sinds najaar 2006 duidelijk aan. Over de eerste vijf maanden is de afzet van trekkers met 3 procent gegroeid. Ook voor grondbewerkingswerktuigen is de markt in 2007 gunstig, evenals voor de oogstwerktuigen. Dat geldt niet voor de oprolpersen en hooibouwwerktuigen. Frankrijk verwacht een omzetstijging van 3 procent tot in totaal 3,43 miljard euro.
Na twee jaren met een teruggang is de markt in Groot Brittannië weer positief gestemd. Met name de trekkermarkt valt op met een stijging van 12 procent over het eerste halfjaar van 2007, maar ook de andere categorieën machines en werktuigen scoren positief, met maaidorsers en kunstmeststrooiers als meest opvallende groeiers. Als reden voor de positieve stemming wordt de betere inkomenspositie aangemerkt en de rol van de landbouw bij de productie van nieuwe energie.
De positieve tendens uit deze drie belangrijke markten zal samen met de sterk expanderende markt in Centraal Europa de verminderde vraag in andere landen zoals Spanje, Italie en Belgie meer dan volledig compenseren.