Iconische trekkers deel 3: De jaren 70

Nu het vakblad LandbouwMechanisatie 70 jaar bestaat, is het een goed moment op terug te kijken naar de 70 iconische trekkers en trekkerseries van de afgelopen 70 jaar. In het derde deel van de serie de 10 iconische trekkers van de jaren zeventig.

 

MB-Trac 65/70

De ontwikkeling van de eerste MB-Trac startte eind jaren 60 maar het duurde tot 1972 dat MB-Trac de 65/70 op de DLG-tentoonstelling in Frankfurt voorstelde. In 1973 startte Mercedes Benz de serieproductie. De trekker is voorzien van een viercilinder motor met een inhoud van 3,8 liter. Hij heeft een vermogen van 47,7 kW. De versnellingsbak heeft 16 versnellingen vooruit en 16 achteruit en de maximale snelheid bedraagt 25 km/h. De uitvoering voor de industrie of gemeentes heeft daarentegen 8 versnellingen vooruit en 8 achteruit. Het grote verschil vergeleken met standaard trekkers is dat de MB-trac vier even grote wielen heeft en achter de cabine een platform heeft waar onder andere een zaadtank voor zaad of kunstmest kan worden opgebouwd of een veldspuit en zelfs een bietenrooier. Zo bouwde de Nederlandse importeur van MB-Trac Hoegen Dijkhoff jaren veldspuiten die op de MB-Trac gebouwd kunnen worden. In 1975, nadat er 2.174 MB-Trac 65/70 trekkers werden geproduceerd, werd de trekker opgevolgd door de 700. Daarbij wordt ook een groter model, de 800, aan het programma toegevoegd. De eerste MB-Trac 700- en 800-trekkers waren net als de 65/70 in de kleuren wit met rood gespoten, maar dat veranderde snel in lichtgroen. In 1991 stopt MB-Trac met de trekkerproductie en proberen bedrijven als Werner Forst (WF-Trac) uit Trier en Landtechnik Schonebeck (LTS) het concept door te ontwikkelen. In 1999 nam Doppstadt LTS over en zette de productie van de Trac trekkers nog even voort. Het bedrijf verkocht zijn fabriek in 2006 aan Fuss Spezialfahrzeugbau die de Trac trekkers doorontwikkelde voor het gebruik door gemeenten.

 

Fiat 880 DT

In 1975 introduceert Fiat de 880 en 880 DT trekker. De trekker heeft een viercilinder motor met een inhoud van 4,6 liter en vermogen van 64,6 kW (88 pk). De versnellingsbak heeft 8 versnellingen vooruit en 2 achteruit met een maximale snelheid van 26,8 km/h maar kan ook worden geleverd met een versnellingsbak met 12 versnellingen vooruit en 3 achteruit. De trekker os af fabriek leverbaar met cabine en wordt in Frankrijk onder de naam Fiat Someca verkocht. In 1978 vernieuwt Fiat de 880 en 880 DT, zo is alleen de versnellingsbak met 12 versnellingen vooruit en 3 achteruit leverbaar, wordt de hydrauliekopbrengst verhoogt en wordt de trekker uitgerust met de bekende Pinifirma cabine. In 1980 wordt 880 en 880 DT met een viercilindermotor vervangen door 880-5 en 880 DT 5 met een vijfcilinder motor met een inhoud van 4,6 liter en een vermogen van 64,6 kW (88 pk). De versnellingsbak blijft gelijk en de kleur verandert in de herfst van 1980 naar terracotta bruin. Later in 1982 krijgt de 880-5 en 880 DT 5 een nieuwe grille. Op de Amerikaanse markt wordt de Fiat 880-5 en 880 DT 5 onder de Hesston naam verkocht. De productie van de 880-5 en 880 DT 5 eindigt in 1984.

Foto: fabrikant

 

Fendt Favorit 615 SL

In 1976 introduceert Fendt zijn Favorit 615 SL trekker. De trekker is voorzien van een zescilinder turbomotor met een inhoud van 6,2 liter en een vermogen van 110,1 kW (150 pk). De versnellingsbak heeft 16 versnellingen vooruit en 7 achteruit met een maximale snelheid van 30 km/h. Halverwege de productie verandert Fendt zijn de model naam van de Favorit 615 SL in Favorit 615 LS. Nadat er 466 Favorit 615 SL/LS trekkers waren geproduceerd, wordt de trekker vervangen door de Favorit 615 LS die technisch identiek is aan zijn voorganger, maar wel een bijgewerkte cabine heeft en een zwarte front grille. Van de Favorit 615 LS worden er tussen 1979 en 1984 in totaal 694 stuks gebouwd. In 1983 komt de Favorit 615 LSA met dezelfde motor, maar nu met een vermogen van 132,1 kW (180 pk). De versnellingsbak wordt er één met 20 versnellingen vooruit en 9 achteruit met een maximale snelheid van 40 km/h. Nadat er 525 van de Favorit 615 LSA in 1987 wordt de trekker bijgewerkt en krijgt hij een vermogen van 135,8 kW (185) pk, luchtroosters aan de zijkant van de motorkap en er is optioneel een boordcomputer leverbaar. De productie van de 135,8 kW (185 pk) eindigde in 1993 nadat er 1.058 stuks zijn gebouwd. Fendt vervangt de trekker door de Favorit 818 LSE.

Foto: fabrikant

 

International 1046

De International 1046 wordt samen met de 946 in 1971 geïntroduceerd. Het zijn de eerste zescilinder modellen die International in Frankrijk en Duitsland produceert. De 1046 heeft een motor met een inhoud van 5,8 liter en een vermogen van 73,4 kW (100 pk). De 946 heeft een motor met een inhoud van 5 liter en een vermogen van 62,4 kW (85 pk). Standaard worden de trekkers uitgerust met een versnellingsbak met 12 versnellingen vooruit en 5 achteruit met een maximale snelheid van 28,5 km/h. Ze kunnen ook worden geleverd met een versnellingsbak met 16 versnellingen vooruit en 7 achteruit. Een jaar later, in 1972, wordt de 1246 met een turbomotor met een inhoud van 5,8 liter en een vermogen van 89,5 kW aan het programma toegevoegd. In 1974 krijgt de 946 een vermogen van 66 kW (90 pk) door het toerental met 100 toeren te verhogen. Alle modellen uit de 46-serie kunnen zowel met twee als vierwielaandrijving worden geleverd. In 1976 kunnen de trekkers uit de 46-serie fabriek af met een Comfort 2000 cabine worden geleverd. Een jaar later wordt de 946 en 1046 vervangen door de 955 en 1055. De 1246 blijft tot 1979 in productie en wordt vervangen door de in Duitsland gebouwde 1255.

John Deere 4230

In 1972 introduceert John Deere de 4230 trekker als opvolger van de 4020 Diesel. De trekker heeft een zescilinder dieselmotor met een inhoud van 6,6 liter en een vermogen van 86,6 kW (118 pk). In Noord-Amerika kan de trekker tot eind 1973 ook worden voorzien van een zescilinder benzinemotor met een inhoud van 5,9 liter en een vermogen van 74,8 kW (102,9 kW). De trekker kan met drie verschillende versnellingsbakken worden geleverd. Zo is er de Synchro-range met 8 versnellingen vooruit en 2 achteruit, de Quad-range semi powershift met 16 versnellingen vooruit en 6 achteruit en een full powershift met 8 versnellingen vooruit en 2 achteruit. Alle versnellingsbakken hebben een maximale snelheid van 30 km/h. Totaal nieuw is de Sound Guard cabine met ronde voorruit en een geluidsniveau van 85 decibel. Vanaf 1973 kan de John Deere 4230 met hydrostatische vierwielaandrijving worden geleverd. In 1976 wordt de productie van de 4230 verplaatst van Waterloo in de Verenigde Staten naar het Duitse Mannheim. Tegelijkertijd verbetert John Deere de cabine en voorziet hem van airconditioning. Ook daalt het geluidsniveau. Ook wordt de 4230 vanaf 1974 in Mexico gebouwd als de 4235. De 4230 kan ook in Low Profile en High-Crop uitvoering worden geleverd en is het ook het laatste model van John Deere dat leverbaar is met drie wielen. De productie van de 4230 eindigt in 1977. De trekker wordt door de 4240 die zowel in Waterloo en Manheim wordt gebouwd. In totaal worden er 42.332 trekkers van het type 4230 gebouwd in Waterloo  waarvan 33 met benzinemotor en 90 in Low-Profile uitvoering. In Manheim worden er in totaal 728 stuks van het type 4230 gebouwd.

Deutz Intrac 2002

In 1972 presenteert Deutz de Intrac systeemtrekker. De trekker heeft dezelfde 2,8 liter driecilindermotor als de Deutz D5006, maar dan met een vermogen van van 37,4 kW (51 pk), De versnellingsbak is dezelfde versnellingsbak met 8 versnellingen vooruit en 4 achteruit met een maximale snelheid van 25 km/h die in de D5006 ligt maar kan ook worden geleverd met een versnellingsbak met 12 versnellingen vooruit en 4 achteruit. De Intrac trekkers hebben een cabine voorop, een laadvlak achter en kunnen met een fronthef en aftakas worden geleverd. Standaard heeft de trekker tweewielaandrijving maar kan ook met vierwielaandrijving worden uitgerust. Naast de landbouwuitvoering is er ook GI uitvoering verkrijgbaar die geschikt voor in de industrie en voor gemeenten. Als er in 1974  1.159 stuks van de Intrac 2002 zijn gebouwd wordt de trekker vervangen door de Intrac 2003 met een 3,7 liter viercilinder van 44 kW (60 pk). Ook introduceert Deutz de Intrac 2005 met een 4,7 liter vijfcilinder motor van 58,7 kW (80 pk). Naast een vijfcilinder motor heeft de Intrac een hydrostatische transmissie en vier even grote wielen. Er zijn slechts vijf stuks van de Intrac 2005 gebouwd toen de trekker in 1975 uit productie gaat en wordt vervangen door de Intrac 2006 met een 6,1 liter zescilinder motor met een vermogen van 85,1 KW (116 pk) en de Intrac 2007 met dezelfde motor als de Intrac 2006 maar dan met turbo en een vermogen van 102,5 kW (140 pk). De zware Intrac 2006 en 2007 gaat in hetzelfde jaar weer uit productie. Er zijn dan 10 Intrac 2006 trekkers geproduceerd en maar 1 Intrac 2007. Later in 1979 gaat ook de Intrac 2003 uit productie. Er zijn dan 2.301 stuks van geproduceerd. In 1978 komt de intrac 2004 op de markt met een 3,7 liter viercilindermotor met een vermogen van 51,4 kW (70 pk). Vanaf 1982 worden de Intrac 2004 trekkers onder naam Deutz-Fahr verkocht. De productie van de 2004 eindigt in 1989. Er zijn de er dan zo’n 1.000 gebouwd. Vanaf 1987 worden er Intrac’s van boven de 100 pk samen MB-trac gebouwt onder de naam Trac-Technik, maar MB-Trac trekt zich in 1990 terug en Deutz-Fahr stopt de productie van de Intrac niet veel later.

Same Minitauro 60

In 1972 volgt de Same Minitauro 60 de Minitauro 55 op. De trekker heeft een driecilindermotor met een inhoud van 3,1 liter en een vermogen van 41,1 kW (56 pk). De versnellingsbak heeft 8 versnellingen vooruit met een maximale snelheid van 25 km/h. Naast de standaard uitvoering is de trekker ook in Frutteto (fruitteelt) uitvoering leverbaar die lager en smaller is dan het standaard model. Ook is er een rups uitvoering met de naam Minitauro 60C. Omdat deze trekker op stalen rupsen staat heeft de Minitauro 60C slechts een maximale snelheid van 10,6 km/h en 13, 6 km/h achteruit. Net als andere Same modellen onder de 100 pk wordt de Minitauro 60 begin jaren 70 ook verkocht door White in Europa als Oliver 562 en Oliver 564. Vanaf 1976 wordt de Minitauro 60 en Minitauro 60 Frutteto fabriek af met veiligheidsbeugel uitgerust. De Minitauro 60 wordt in 1978 vervangen door de Minitaurus 60 en in 1982 wordt de Minitauro 60 Frutteto en de Minitauro 60C door de Minitaurus 60 Frutteto en de Taurus C.

Massey Ferguson 1200

Een jaar nadat Massey Ferguson de 1500 en 1800 kniktrekker in de VS introduceert wordt in 1972 de in Engeland gebouwde Massey Ferguson 1200 kniktrekker geïntroduceerd. De trekker heeft een zescilinder motor van 78,3 kW ( 105 pk). De trekker heeft 8 versnellingen vooruit en 2 achteruit met een maximale snelheid van 28 km/h. Hij kan ook uitgerust worden met een Multi-Power versnellingsbak met 12 versnellingen vooruit en 4 achteruit. In 1974 neemt de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) 6 Massey Ferguson 1200 trekkers op proef. Een jaar later in 1975 besluit de R.IJ.P 38 trekkers van het type 1200 aan te schaffen. Een jaar later komen er nog eens 20 bij. In 1979 wordt de trekker omgedoopt tot de 1250. Die 1250 heeft een vermogen van 83,5 kW (112 pk) en een Multi-Power versnellingsbak met 12 versnellingen vooruit en 4 achteruit. De maximale snelheid bedraagt 29 km/h. In 1982 eindigt de productie van de 1250 en daarmee ook de kniktrekker productie in Engeland.

Big Bud 16V-747

De Big Bud 16V-747 wordt in 1977 op verzoek van de Rossi Brothers, katoentelers uit Bakersfield Californië, gebouwd. De trekker staat voor een woeler die wel tot ongeveer 1,2 meter diep werkt. De trekker heeft een V16 tweetakt motor met turbo van Detroit Diesel met een inhoud van 24,1 liter en een vermogen van 570 kW (760 pk). De versnellingsbak is een powershift met 6 versnellingen vooruit en 1 achteruit. De dieseltank heeft een inhoud van 3.785 liter. Het gewicht van de trekker is 43.095 kg en de aanschafprijs was 300.000 dollar (255.361 euro ) in 1977. Dat staat nu gelijk aan $1.276.222 (1.086.327 Euro). Later wordt de trekker opgevoerd naar 715,9 kW (960 pk). In 2011 maakt de huidige eigenaar daar 807,4 kW (1.100 pk) van. In 2020 krijgt de trekker nieuwe  Goodyear LSW (Low Sidewall) 1400/30R46s banden die het gewicht doet toenemen naar 50 ton en de oude 35×38 banden vervangen.

Ford 9600

In 1972 introduceert Ford de 9600-trekker. Hij vervangt de 9000. De trekker heeft een 6,6 liter zescilinder met turbo en een vermogen van 101,3 kW (138 pk) waarvan de boring en slag gelijk zijn. De versnellingsbak heeft 16 versnellingen vooruit en 4 achteruit met een maximale snelheid van 28,3 km/h. Optioneel is de trekker onder andere leverbaar met vierwielaandrijving en een cabine. Ook kan de trekker worden geleverd met de voorwielen dicht bij elkaar. Later in de productie krijgt de trekker een nieuw rooster in de front grille en in 1975 worden de Ford 8600 en 9600 ook in de Ford fabriek in Antwerpen geassembleerd. In 1976 wordt de Ford 9600 vervangen door de bijgewerkte 9700 met onder andere een nieuwe neus en nieuwe cabine. 

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email

Helpt u ons in twee minuten deze website te verbeteren?

Als uitgever van Mechaman en LandbouwMechanisatie zijn wij continu op zoek naar hoe we u als lezer nog beter van relevante en nuttige informatie kunnen voorzien. Daarom willen we u graag wat vragen stellen.

Ik doe mee!

Geef een reactie