Favoriet

Maaidorsers

75 jaar Hesston

Massey Ferguson viert het 75 jarig bestaan van machinefabrikant Hesston. Hesston is de naam die Massey Ferguson gebruikt op de hooibouwmachines voor de Noord-Amerikaanse markt.

Massey Ferguson viert het 75 jarig bestaan van machinefabrikant Hesston. Hesston is de naam die Massey Ferguson gebruikt op de hooibouwmachines voor de Noord-Amerikaanse markt.

Hesston werd in 1947 opgericht in de gelijknamige plaats in Kansas. De oprichters zijn Lyle Yost en Adin Holdemann. Yost was boer en loonwerker. Hij zag de problemen bij het lossen van graantanks van maaidorsers en ontwikkelde samen met Holdemann een nieuwe methode op basis van een losvijzel die de productiviteit en veiligheid moest vergroten. In 1955 kwam het bedrijf met een eigen zelfrijdende zwadmaaier op de markt, model 100. De zwadmaaier had een Wisconsin-motor met een vermogen van 13,5 pk, maar er was ook een 25 pk uitvoering. De machine stond op drie wielen en had een transmissie met riemen. Het sturen ging met stuurknuppels. In totaal waren er 4 werkbreedtes leverbaar.

Grote groei

In 1958 kwam het verbeterde model 200. De zwadmaaier had een vermogen van 30 pk. Weer vier jaar later is de 500 met hydrostatische aandrijving geïntroduceerd. In 1962 kwam Hesston met de V-22 twee-rijige opbouw-katoenplukker waarvan er later zelfrijdende modellen zijn ontwikkeld. In 1965 voegt Hesston bietenrooiers toe aan het programma. Midden jaren ’60 Hesston internationaal door een fabriek in Italië te openen. In 1968 verleende Hesston een licentie aan de Franse fabrikant Rochland om getrokken zwadmaaiers in Coex, ten zuiden van Nantes, te bouwen. In 1972 verwierf Hesston een meerderheidsbelang in Rochland.

Stackhand pers

Een bekende uitvinding van Hesston was de Stakhand kuilvoerpers in 1969. De pers maakte geen gebruik van touwen of netten. De Stakhand kuilvoerpers hakselt het gras voordat het geperst wordt. Het persen gebeurt doordat het plafond van de pers naar beneden wordt gedrukt. Bij het lossen gaat het plafond weer naar boven en glijdt de baal uit de machine. Hoewel deze persen niet meer worden gebouwd, wordt de persmethode nog steeds toegepast op katoenplukkers zoals die van Case IH.

Hakselaars

In 1970 werden aan het programma van Hesston getrokken en zelfrijdende hakselaars toegevoegd. De Hesston 4000 zelfrijdende hakselaar werd gebouwd bij de fabrikant Field Queen die in 1973 door Hesston werd overgenomen. Sindsdien werden de zelfrijdende hakselaars onder de naam Hesston Field Queen verkocht. De Field Queen hakselaars werden op de achterwielen aangedreven en werden gestuurd met de kleinere voorwielen. Ook werden sommige modellen af-fabriek uitgerust met een silagebunker. Na de overname door Fiat verdween de naam Field Queen en werden de hakselaars als Hesston verkocht.

Balenpersen

In 1976 introduceerde het bedrijf de 5400 en de 5800 ronde balenpersen en twee jaar later kwam Hesston met de 4600 en 4800 vierkante balenpersen. De 4600 was een kleine balenpers met de pick-up onder de trekhaak. De machine was de voorloper van de nu in Nederland verkochte Massey Ferguson 1840 balenpers. De 4800 was de eerste grootpakpers die op de markt kwam. De balenpers perste balen met een afmeting van 120 bij 120 centimeter. Ook bouwde het bedrijf een gewone kleine balenpers met de pick-up aan de rechterkant onder de modelnaam 4500. De grote balenpersen van Hesston werden ook een tijd in Frankrijk gebouwd.

Overname door Fiat

In 1977 nam Fiat een belang 50,2% in Hesston. Sindsdien zijn de Hesston machines in Fiat-bruin. De import voor Nederland ging naar Fiat-importeur Leonard Lang. In 1980 begon Fiat met de productie van smalspoortrekkers, rupstrekkers en trekkers uit de 80 serie. Die machines werden naar de Verenigde Staten geëxporteerd onder de Hesston naam. In 1983 werd Fiat volledig eigenaar van Hesston en werd de 66-serie door Hesston verkocht en vanaf 1984 werd de 90-serie in Noord-Amerika onder de Hesston naam verkocht. In 1990 werden de Hesston F110 en F130 geïntroduceerd, maar die gingen in 1992 al uit productie.

Hay and Forage Industries

In 1989 nam Case IH een belang van 50 procent in Hesston waardoor de joint-venture Hay and Forage Industries werd opgericht. Door het belang werden de Hesston machines ook leverbaar onder de Case IH naam. Toen Fiatagri zijn aandeel in Hay and Forage Industries van de hand moest doen om met Ford New Holland te kunnen fuseren, kocht Agco het aandeel van Fiatagri. Hiermee kwam Hesston als zelfstandig merk terug. Later verkocht Agco de machines onder de Agco-Allis naam in Zuid-Amerika. Toen Case IH in 2000 met New Holland fuseerde verkocht het bedrijf zijn deel in de joint-venture aan Agco waardoor Agco volledig eigenaar werd en Hay and Forage Industries werd ontbonden.

Onder Agco

Toen Agco in 2000 volledig eigenaar werd van Hesston, werd als eerste de productie van de Gleaner maaidorsers overgeplaatst naar Hesston. Een jaar later in 2001 verdwenen de in Hesston gebouwde machines uit het Case IH programma, maar werden er nog wel een tijd persen aan New Holland geleverd. Machines gebouwd in Hesston waren leverbaar in Challenger, Fendt en Massey Ferguson kleuren.

In 2006 werd Hesston een sub-merk en werd het op de Noord-Amerikaanse markt verkocht als Agco Hesston en Massey Ferguson Hesston. Voor de Zuid-Amerikaanse werd de naam Valtra Hesston. Op het moment worden er in Hesston onder andere hooibouwmachines, grote balenpersen, zelfrijdende zwadmaaiers en ronde balenpersen voor de Noord-Amerikaanse markt. Ook worden de Gleaner maaidorsers in Hesston geproduceerd. De in Hesston gebouwde machines worden nu verkocht als Fendt, Gleaner (maaidorsers), Massey Ferguson en als Massey Ferguson Hesston. In 2016 bouwde de fabriek de 100.000e zelfrijdende zwadmaaier. Van de in Hesston gebouwde machines zijn de kleine balenpersen van Massey Ferguson en de grote balenpersen van Fendt en Massey Ferguson verkrijgbaar in Nederland.