Float Control, de Nederlandse fabrikant van luchtdrukwisselsystemen, werkt aan een automatisch drukwisselsysteem. Het gebruikt daarvoor data die de vorig jaar geïntroduceerde ATMS-sensoren van bandenfabrikant Trelleborg leveren.
Die sensoren worden in het midden van de trekkerband geklikt. Daarvoor vulkaniseerde de bandenfabrikant een bevestigingspunt in de band. De sensoren versturen hun gegevens via bluetooth naar een Trelleborg-ontvanger in de trekkercabine. Die ontvanger is middels een kabel verbonden met de canbus van de trekker en de al bestaande isobus besturingskast van Float Control. Daarnaast maakt diezelfde ontvanger via een simkaart verbinding met het internet, waardoor alle gegevens middels een portaal zijn af te lezen. De sensoren leggen naast de huidige bandendruk ook de temperatuur en de belasting in kilo’s vast. Daarnaast berekent de software op een tablet aan de hand van de geladen bandenspanningstabel hoe hoog de druk in de band op dat moment – bij de actuele belasting, temperatuur en rijsnelheid – mag zijn. Die gegevens worden via de canbus overgenomen door Float Control. Het drukwisselsysteem gebruikt ze vervolgens om de banden op te pompen of juist af te laten tot de gewenste druk is bereikt. Nu meet het systeem nog iedere 15 seconden, maar de bouwers van Float control onderzoeken momenteel wat het beste tijdsinterval is. Niet alleen om agressief bijregelen te voorkomen, maar ook om de levensduur van de batterij in de sensor te verlengen. Doel daarbij is dat die batterij 5.000 uur meegaat, wat volgens Trelleborg de minimale levensduur van de trekkerband is.
Je activeert het automatische drukwisselsysteem met een druk op de startknop van de Float Control-monitor zodra de trekker rijdt. De sensoren worden namelijk pas actief boven een rijsnelheid van 5 km/h. Continu meten, ook tijdens stilstand, zou immers ook de levensduur van de batterij flink bekorten. Op de weg regelt het systeem niet vanwege veiligheidsvoorschriften. Daarom moet de chauffeur een knop indrukken die de druk in de band naar een waarde brengt die veilig is op de weg en de band spaart. In het veld daarentegen regelt het systeem wel automatisch de druk. Dat doet het voor de voor- en achteras apart. Daarvoor kun je kiezen uit twee instellingen. Een voor een harde ondergrond en een voor een zachte bodem, zoals geploegd land bijvoorbeeld. In het eerste geval kiest het systeem voor een stabiele bandenspanning die bij lage tractie hoort en in het tweede geval voor hoge tractie. Daar horen immers andere spanningen bij.
(tekst gaat door onder de foto)
Ontvanger
Het kastje achter de tablet ontvangt de gegevens die de sensoren in de banden meten via bluetooth. De tablet geeft de waarden weer en geeft aan wat de bandenspanning volgens de bandenspanningstabel zou moeten zijn. De gegevens worden ook via internet in een portaal geplaatst. Die zijn dan ook op afstand te raadplegen.
Volgens Renaldo Troost, engineer bij Float Control, bewijst die automatische regeling zijn nut voornamelijk bij werk met sterk wisselende belastingen. Denk daarbij aan kunstmest strooien. Hoe leger de bak raakt, hoe minder gewicht er op de achteras van de trekker rust. Ook bij het klaarleggen van een zaaibed komt het van pas. Net als bij het rooien van bieten of aardappelen. De rooimachines vullen hun bunker tijdens het werk immers gestaag, waardoor de druk op de assen langzaam toeneemt. Het spaart niet alleen de band, maar ook de bodem en brandstof.
(tekst gaat door onder de foto)
Via canbus
Via de canbus ontvangt Float Control de streefdrukken en pompt de banden vervolgens op of laat ze af. In een toekomstige versie wordt de ontvanger in de Float Control besturingskast geplaatst.
Vooralsnog bevindt het systeem zich in een testfase en is het dus nog niet te koop. Float Control, onderdeel van bandenhandel Zuid-West, test het in Nederland en Canada. Het past alleen op de isobus-versie van Float Control en dus niet op het handmatig bediende drukwisselsysteem. Float Control wil het tijdens Agrotechniek Holland in september voor het eerst aan het grote publiek laten zien.