Fendt-dealer Holland-Utrecht uit Montfoort (U.) werkt met man en macht om op tijd hun elektrische Huetrac 620 op de beurs Agrotechniek Holland te kunnen tonen. Maar niet alleen dat. Het bedrijf laat tijdens de beurs ook een elektrische frontmaaier zien.
De monteurs van Holland-Utrecht hebben het druk. Over twee weken moet de Fendt 620 Vario die nu in de werkplaats van het Montfoortse bedrijf staat, omgebouwd zijn tot een Huetrac 620 Vario ++. Nieuws is dat niet. Eind vorig jaar liet directeur en eigenaar Rob Scherpenzeel al weten dat het aan een grote broer van de 100 kWh Huetrac 300 Vario werkt. Groter nieuws is het dat de monteurs ook aan een elektrische frontmaaier sleutelen. Ze verwijderden de volledige mechanische aandrijflijn – twee haakse tandwielkasten, een reductorkast en de aftakas – van een Fendt Slicer 310, en vervingen die door een 40 kW elektromotor die direct op de maaibalk is gemonteerd en dus met hetzelfde toerental als de maaibalk ronddraait. Het verwijderen van de aandrijflijn maakt de maaier sowieso eenvoudiger. Tegelijkertijd neemt het aantal smeerpunten af.
Elektriciteit terugwinnen
Software laat het toerental van de motor variëren, bijvoorbeeld tijdens het inschakelen van de maaier. De maaibalk loopt gecontroleerd en vloeiender aan dan bij het abrupt inschakelen van een aftakas het geval is. De elektromotor krijgt zijn stroom van de trekker. In dit geval dus de Huetrac 620 Vario ++. Officieel is die trekker pas volgend jaar februari, na alle keuringen, echt klaar voor verkoop en gebruik. Maar daarover later meer. De trekker is voorzien van hoog voltage stekkeraansluitingen voor- en achterop. Ze leveren maximaal 60 kW. Dat zou voldoende moeten zijn voor bijvoorbeeld een frontmaaier en een zijmaaier, maar niet voor een zware triplemaaiercombinatie. En: er vloeit ook stroom terug waarmee het accupakket kan worden opgeladen. Tijdens het uitheffen van de maaier stopt de maaibalk zo goed als direct met draaien. De energie die bij dit afremmen vrijkomt, gaat terug naar de trekkeraccu. Daarnaast maakt het meteen stoppen van de maaibalk het werk veiliger. Bij een schijvenmaaier is dat wellicht niet zo’n groot probleem – de balk hangt immers onder een afdekzeil – maar bij de klepelmaaiers die Holland-Utrecht ook wil elektrificeren is veiligheid belangrijker.
De 40 kW motor wordt met water gekoeld.
Koelpakket in de trekkerneus
Scherpenzeel verwacht dat de maaier 10 procent aan energie kan besparen in vergelijking met een mechanische aandrijving waar veel energie als wrijving, dus als warmte, verloren gaat. Dat is nog meer het geval bij een hydraulisch aangedreven machine zoals de eerder genoemde klepelmaaier als die op een arm is gemonteerd of bij een borstel. Bij een hydraulische aandrijving wordt een draaiende beweging van de motor of de aftakas van de trekker immers middels een hydrauliekpomp omgezet in een oliestroom. Een hydromotor zal die weer omzetten in een draaiende beweging. Daarbij gaat veel energie verloren. Zo’n 60 procent raak je kwijt als warmte. Daardoor is ook een groot koeloppervlak nodig. Een elektromotor kent dat probleem een stuk minder. Natuurlijk, ook de elektromotor op de maaier moet gekoeld worden. Scherpenzeel gebruikt daarvoor vloeistof. Een luchtgekoelde elektromotor op de maaier zou te snel vervuilen onder stoffige omstandigheden en daardoor niet op de juiste temperatuur blijven. De benodigde koelvloeistof wordt door de trekker geleverd. Naast het aankoppelen van de elektriciteitskabel moeten dus ook twee koelvloeistofleidingen worden aangesloten. Het koelpakket is namelijk in de neus van de trekker, onder de motorkap en op de plaats waar voorheen radiatoren lagen, te vinden.
Rijsnelheid afstemmen
De software van de trekker, die een twee-eenheid vormt met de elektrische machines, verdeeld de 170 kW aan beschikbaar vermogen over alle verbruikers: de rijmotor, het werktuig in de fronthef en de machine achter de trekker. Neemt de motor op de frontmaaier 40 kW af, dan gaat dat van het rijvermogen van de trekker af. Daarnaast past de software de rijsnelheid van de trekker automatisch aan de vermogensvraag van de maaier aan. De chauffeur kan zijn gewenste rijsnelheid instellen, zeg op 18 km/h, waarna de snelheid van de combinatie al naar gelang de omstandigheden, een hoog en zwaar gewas bijvoorbeeld, tussen 13 en 18 km/h varieert. Op een scherm in de trekker ziet de chauffeur het toerental van de maaier of van een andere geelectrificeerde machine terug. Ook kan hij er het door die machine afgenomen vermogen in kilowatts aflezen. Levert de maaier energie terug bij het uitheffen, dan wordt het getal negatief. De omvormer tussen de maaier en de trekker werkt namelijk bidirectioneel. Die opgewekte energie laadt de accu van de trekker weer op. Niet dat het heel veel zoden aan de dijk zet; de zogenoemde recuperatie kan 2 tot 3 procent aan elektriciteit besparen.
Op het scherm in de trekkercabine van de elektrische Huetrac 620 Vario ++ is te zien hoeveel stroom de maaier verbruikt.
Sterkere Huetrac
Het elektrificeren van de maaier kost ongeveer 12.000 euro. Maar omdat er geen frontaftakas op de trekker nodig is, bespaar je daarop 8.000 euro. Naast een maaier verwacht Scherpenzeel ook een rolbezem, maaiarmen of zuiginstallaties te elektrificeren. Veelal toepassingen voor de grond-, weg- en waterbouw dus. Want daar wordt de elektrische trekker momenteel het meest ingezet, zo leert de ervaring. Niet in de laatste plaats vanwege de subsidies die daar de afgelopen jaren zijn verstrekt. Ook de nieuwe Huetrac 620 Vario ++, die 650.000 euro gaat kosten, zal daar vanwege de zero-emmissionbeleid het meest gebruikt worden. Technisch en softwarematig gezien lijkt de nieuwe Huetrac 620 Vario ++ sterk op de Fendt 314 Vario die het bedrijf al tot elektrische trekker ombouwde. Ook daar zijn de accu’s onder de motorkap te vinden. Daarnaast zijn ze op de plaats van de verdwenen brandstof- en hydrauliektank te vinden. Onder de cabine dus. Een brandstoftank is niet meer nodig, maar de hydrauliektanks worden nu in de loze ruimte in de wielen geplaatst. De nieuwe trekker is voorzien van 400 kWh- accupakketten. Dat staat gelijk aan zo’n 100 liter diesel. Een van de plusjes in de naam van de trekker staat voor het op afstand instellen van het vermogen dat de trekker kan leveren. Zo kun je vanuit het kantoor inloggen op het webportaal van de trekker en kiezen of de trekker het vermogen levert dat lijkt op dat van een Vario 614, 618 of 620. Logischerwijs zorgt minder totaal beschikbaar vermogen ervoor dat de trekker langer kan werken op een volle accu. Het is vooral ontworpen om chauffeurs met een zware rechtervoet tegen zichzelf te beschermen en dus langer te laten werken. Hetzelfde webportaal toont ook de laadstatus van de accu’s. Holland Utrecht heeft gekozen voor een 850 Volt-systeem. Dat levert een lagere stroomsterkte op, wat verliezen beperkt en het gebruik van dunnere kabels mogelijk maakt op de trekker, maar ook op de werktuigen, dan een 400 voltsysteem.
De trekker draagt de typeaanduiding 620 Vario++. Een plusje staat voor het instelbare vermogen dat de trekker kan leveren, de andere voor het aandrijven van elektrische werktuigen.
Beveiligde stekker
De monteurs van Holland Utrecht gebruiken geen standaard stekker, maar een eigen samengestelde versie. Naast stroom moet er namelijk ook data over de stekker van en naar de maaier gaan. Denk bijvoorbeeld aan het toerental van de motor, maar ook aan de temperatuur. Die gegevens worden weergegeven op het scherm in de trekkercabine.
Om ongelukken te voorkomen is de stekker voorzien van een trekbeveiliging. Vergeet je bij het loskoppelen van de machine de elektriciteitsstrekker los te maken en je rijdt achteruit, dan kan de stekker op de trekker zo’n 10 mm bewegen. Zodra dat het geval is, merkt een sensor dat op waarna de trekker automatisch stopt. Raakt de kabel toch beschadigd dan schakelt het hoogvoltagesysteem van de trekker uit. Daar komt bij dat de stekkers voorzien zijn van een zogenoemd precharge systeem. Dat controleert alvorens het volledige vermogen door de kabel stroomt of de er veilig stroom door de kabel kan lopen.
De stekker heeft Holland-Utrecht zelf ontworpen. Niet alleen transporteert hij stroom, hij stuurt ook data naar de trekker.
Accubumper
Om toch nog iets langer met de trekker te kunnen werken, bouwt Holland-Utrecht samen met Tractorbumper een accubumper. Of liever twee. Een voor de Fendt e107, de door Fendt gebouwde elektrische trekker. Deze bumper heeft een accucapaciteit van 90 kWh en weegt 850 kg. Je laadt hem op aan een 22 kW AC lader op. Daarnaast levert Holland Utrecht ook een 180 kWh-versie, speciaal voor de Huetrac 620 Vario ++. Deze accubumper weegt 1.690 kg en is aan een 60 kW DC-lader op te laden. De kleine 90 kWh-bumper past ook aan de Huetrac 620 Vario ++, maar veel zin heeft dat niet, bekent Holland-Utrecht directeur Rob Scherpenzeel. De beschikbare capaciteit stijgt dan immers slechts tot 490 kWh.
Software zorgt ervoor dat de trekker eerst de elektriciteit gebruikt uit de bumper. Is die leeg, dan spreekt hij ook de elektriciteit uit de eigen accu’s aan. En heeft de trekker meer vermogen nodig dan de bumper op dat moment kan leveren, dan komt het resterende benodigde vermogen wel uit de accu’s van de trekker. De elektriciteit uit de bumper laadt de trekkeraccu’s niet op om ze vervolgens tijdens het gebruik te ontladen. Dat heeft als voordeel dat die trekkeraccu’s zo lang mogelijk vol blijven.
De bumper kan ook los van de trekker opgeladen worden, zodat hij dienst doet als wisselaccu. Daarnaast is het mogelijk om hem als bouwaccu te gebruiken, bijvoorbeeld om lampen te laten branden, of een camerasysteem van stroom te voorzien.
Omdat de trekker ook achterop een elektriciteitsaansluiting heeft, kun je daarmee niet alleen elektrische werktuigen aandrijven, maar er ook een extra accupakket achter de trekker op aansluiten. Denk bijvoorbeeld aan een kieper die is voorzien van zo’n batterij. Een prijs voor de accubumper is er nog niet.
Rob Scherpenzeel: ‘een beetje lol’
Rob Scherpenzeel, directeur van Holland-Utrecht, begon in 2020 met de ontwikkeling van een elektrische trekker. Hij bouwde toen een Fendt 313 Vario S4 om tot elektrische trekker. De uiteindelijke versie werd in 2024 voor het eerst geïntroduceerd. “Deze projecten passen bij ons omdat ze technisch uitdagend zijn en we kunnen er ook nog eens geld aan verdienen”, zegt Scherpenzeel. Daarbij speelt duurzaamheid wel degelijk een rol. “Dit durf ik thuis tegen mijn dochter te vertellen. Dat we met duurzaamheid bezig zijn. En we moeten een beetje lol hebben in wat we doen.” Dat maakt het werk ook interessanter voor zijn personeel, weet Scherpenzeel. Bovendien ziet hij innovatie als een manier om zich te onderscheiden. Niet ieder project is direct terug te verdienen. “Als je niet laat zien dat je iets gaafs hebt, dan ga je ook niet net die ene extra machine verkopen.”