Lely
Favoriet

Tips voor optimale ruwvoerwinning

Nu de voorjaarszon weer tevoorschijn is gekomen zijn de eerste vroege percelen alweer gemaaid. Enerzijds om voldoende groeitrappen te creëren voor beweiding en anderzijds om voldoende kwaliteit in de kuil te krijgen. Door de ervaringen met kwalitatief mindere kuilen van vorig jaar is men geneigd om eerder te gaan maaien. Bovendien speelt dit jaar ook de lagere kunstmestgift, die door een aantal melkveebedrijven gehanteerd is, een rol om eerder te gaan maaien.

Nu de voorjaarszon weer tevoorschijn is gekomen zijn de eerste vroege percelen alweer gemaaid. Enerzijds om voldoende groeitrappen te creëren voor beweiding en anderzijds om voldoende kwaliteit in de kuil te krijgen. Door de ervaringen met kwalitatief mindere kuilen van vorig jaar is men geneigd om eerder te gaan maaien. Bovendien speelt dit jaar ook de lagere kunstmestgift, die door een aantal melkveebedrijven gehanteerd is, een rol om eerder te gaan maaien.

Een goede kuil begint bij het bepalen wat voor kuil je wilt. Het advies is dan ook om te gaan maaien bij de gewenste drogestofopbrengst waarvoor er ook bemest is. Doorgaans betekent dit dat de opbrengst tussen de 3500 en 4000 kg drogestof ligt, bij een bemesting tussen de 80 N en 100 N voor de eerste snede. Het ruw eiwitgehalte daalt bij een hogere drogestofopbrengst per hectare. Streef daarom altijd naar de optimale grasopbrengst per hectare.

Juist afstellen machines

Wanneer de juiste grasopbrengst bereikt is en de weersomstandigheden het toelaten oogst het gras dan zo snel mogelijk. Om inkuilverliezen zoveel mogelijk te beperken is het van belang om de veldperiode zo kort mogelijk te houden. Let daarbij op dat de machines juist afgesteld staan, zodat er zo min mogelijk grond en zand met het gras ingekuild wordt. Zand bevat veel rottingsbacteriën die ervoor zorgen dat de VEM en RE gehalten dalen en voor een hogere NH3 fractie zorgt. Veelal wordt het gras gehakseld of met snijwagens geoogst. Belangrijk bij deze keuze is dat het gras zo homogeen mogelijk en voldoende kort gesneden wordt.

Inkuilen en aanrijden

Eenmaal in de kuil is het van belang dat de kuil goed wordt aangereden. Je wilt dat er zo min mogelijk lucht bij het gras komt, dit bevordert de conservering van de kuil. Melkzuurbacteriën zijn anaeroob en kunnen zodoende zonder al te veel zuurstof overleven. Rottingsbacteriën zijn aeroob en kunnen niet zonder zuurstof overleven. Het doel is dat een graskuil zo snel mogelijk “stabiel” wordt, wat inhoudt dat de pH van de kuil rond de 4,2 pH komt te liggen. Bij een grotere hoeveelheid suiker en een groter aantal melkzuurbacteriën zal dit proces sneller verlopen.

Om het proces van inkuilen beter te laten verlopen, kan er worden gekozen om een toevoegmiddel tijdens de grasoogst te gebruiken. Afhankelijk van het middel en wens van de melkveehouder kunnen er suikers, zuur of melkzuurbacteriën toegevoegd worden.

Uitkuilen met een lage pH

Ook tijdens het uitkuilen is een lage pH van belang. Bij het uitkuilen komt het kuilgras altijd in aanraking met zuurstof en door de lage pH zullen schimmels, bacteriën en gisten minder snel groeien. Hierdoor zal de graskuil niet alleen langer fris blijven, maar zal de voederwaarde van de kuil ook minder snel dalen. Circa 2% uitkuilverliezen is acceptabel, echter ligt dit bij een broeiende kuil veel hoger. De smakelijkheid van het voer gaat ook achteruit, waardoor een drofestof opname daling van 10 tot 20% geen uitzondering is.

Inkuilmanagement van belang bij automatisch voeren

Om het automatisch voeren succesvol te laten verlopen is het van cruciaal belang dat het inkuilmanagement goed verloopt. Een instabiele kuil is niet alleen minder smakelijk voor de koeien, maar zal ook vanaf het moment van uitkuilen en in de voerkeuken afnemen in voederwaarde. Dit resulteert in een lagere productie en/of groei. Goed inkuilmanagement resulteert in een hogere opname, betere resultaten en een hoger rendement voor de veehouder.