Weinig verschil bij bestrijdingsmethoden

Er zijn bijna geen bestrijdingsverschillen tussen vier mechanische onkruidbestrijdingmethoden. Dat blijkt uit Brits onderzoek van the Royal Agricultural University uit Cirencester in wintertarwe. De methoden hebben ten opzichte van onbehandeld allemaal effect.

De universiteit testte vier verschillende manieren van mechanische onkruidbestrijding: de kamsnijder (Combcut), een schoffelmachine met cameraondersteuning (Garford Robocrop Inrow Weeder), de wiedeg (Opico) en de roterende wiedeg (TRP Carre Rotanet).

Op het proefperceel werd een driejarige gewasrotatie toegepast met twee jaren graan, gevolgd door een jaar grasklaver waarop scharrelvarkens werden geweid. Het proefgewas was het tweede jaar wintertarwe. Elke machine werd in het groeiseizoen op drie momenten ingezet om het onkruid te bestrijden. Met één uitzondering: de schoffel met cameraondersteuning werd maar twee keer gebruikt. De machine was bij de derde bewerking in het seizoen niet in staat om de rij goed te volgen. Ter referentie werd er ook een deel van het perceel niet behandeld tegen onkruid.

De verschillen in gewasopbrengsten tussen de vier manieren van mechanisache onkruidbestrijding waren niet significant. Wel stelde de universiteit vast dat elke methode leidde tot een hogere graanopbrengst in vergelijking met de controlepercelen waar het onkruid vrij spel had.

Het effect van het aantal bewerkingen was moeilijk te meten, omdat de Garford-machine de laatste keer niet is gebruikt. Volgens de universiteit kwam dit door het droge voorjaar waardoor er erg veel onkruid tussen het gewas stond. Door de droogte viel de gewasopbrengst ook lager uit dan in andere jaren. (Organic Farming)

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email

Reacties zijn gesloten.