Het was even schrikken, toen ik in de archieven van LandbouwMechanisatie dook. Ik zocht het verhaal over New Hollands NH2. De trekker was destijds een kleine revolutie. En zelfs het begin van een nieuw tijdperk, zo tekenden we op uit de mond van een New Holland-topman.
De trekker gebruikte namelijk waterstof dat door een brandstofcel werd omgezet in elektriciteit. Uit de uitlaat kwam water. Schoner kon het niet. Wat wil je nog meer in tijden waarin fossiele brandstof onder vuur ligt? De reden van mijn ontsteltenis was echter dat de Italiaanse trekkerbouwer al in februari 2009 met dit prototype op de proppen kwam. Dat is dus bijna zeventien jaar geleden. Topmannen van het merk gaven hoopvol aan dat ze binnen vijf jaar een waterstoftrekker zouden kunnen verkopen. Zover kwam het niet. Waterstof lijkt, wat je zou kunnen noemen, eeuwig veelbelovend.
Dat is ook het woord dat Wolfgang Breu in de mond nam aan de vooravond van Agritechnica in Hannover. Breu leidt bij Fendt-moeder Agco het onderzoek naar elektrificatie en alternatieve brandstoffen. Hij weet als geen ander hoe schoon waterstof is. Maar hij weet ook dat het nog wel een paar problemen kent. Zo moet je er best veel van meenemen als je er een dag mee wilt werken. Op een gangbare trekker is de ruimte moeilijk te vinden, ook niet als je het onder hoge druk opslaat. Daarbij komt dat waterstof en de brandstofcellen, die waterstof omzetten naar elektriciteit, erg duur zijn. Dat was in 2009 zo en dat is nu nog steeds zo. Zeventien jaar geleden werd gezegd dat die prijs zou dalen als er waterstof op elke hoek van de straat te koop zou zijn. Maar dat is ook nu nog lang niet het geval. Hoewel trekkerfabrikanten er volop onderzoek naar doen, is waterstof een modern kip-eiverhaal. En blijft het voorlopig vooral veelbelovend. Gezien de voordelen is dat best jammer.