Wie melkt met een melkrobot moet, om uierproblemen te voorkomen, vooral aandacht besteden aan de hygiene in de stal. Damslapers maar ook vliegen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen UR Livestock Research.

Daarmee verschilt een goed uiergezondheidsmanagement op robotbedrijven niet werkelijk van het uiergezondheidsmanagement op melkveebedrijven met een gangbare melkstal. Voeding, melktechniek en hygiene spelen ook bij gebruik van de melkrobot een belangrijke rol in het voorkomen van uierproblemen.

Gegevens uit AMS
Het is het vakmanschap van de veehouder dat bepaalt of de uiergezondheid op een robotbedrijf goed is of niet. Onderzoekster Francesca Neijenhuis zag namelijk dat melkveehouders die al voor het omschakelen een goede uiergezondheid hebben, dat na de introductie van de melkrobot ook hebben. Een robotboer moet dan ook voldoende tijd besteden aan de gegevens die het automatische melksysteem verstrekt.

Geen puntbloedingen

Natuurlijk moet de melktechniek van de melkrobot goed zijn afgesteld zodat spenen gene ringen op puntbloedingen vertoenen na het melken. Sprayen van de spenen na het melken is ook belangrijk voor een goede uiergezondheid, meent Neijenhuis. Er moet dan wel meer dan 30 procent of meer van de speen door het middel geraakt worden.

Vanzelf komen
Uit het onderzoek blijkt dat de uiergezondheid van de door een automatisch melksysteem gemolken veestapel beter is als de koeien zelf naar de robot komen. Een wachtruimte helpt daarbij. Ook mogen de koeien goed hun weg kunnen vinden in de stal. Ze moeten dan ook de ruimte hebben en mogen niet kreupel zijn.