Algemeen
Blij
Tijdens mijn schooltijd kocht ik mijn eerste computer. Maar aan zo’n computer alleen heb je niets en daarom moest ik op zoek naar software. Met een lege portemonnee betekende dat: zo goedkoop mogelijk en het liefst gratis.
Tijdens mijn schooltijd kocht ik mijn eerste computer. Maar aan zo’n computer alleen heb je niets en daarom moest ik op zoek naar software. Met een lege portemonnee betekende dat: zo goedkoop mogelijk en het liefst gratis.
Ik vond die programma’s op cd-roms die computerbladen in het pre-internettijdperk bijsloten. Share- en freeware programma’s die enthousiaste techneuten – whizzkids heetten ze toen – in hun vrije tijd in elkaar sleutelden. Een enkele om er geld aan te verdienen, maar vaak ook omdat ze hun programma’s wilden delen. Zodra het internet samenwerking over de hele wereld mogelijk maakte, gingen zij nog een stap verder. Ze maakten de broncode openbaar, zodat andere computertovenaars hun programma’s konden verbeteren. Dat maakte razendsnelle ontwikkeling mogelijk. Open source noemen we dat. VLC, Firefox, FileZilla en LibreOffice zijn een paar goed werkende voorbeelden die aantonen dat gratis programma’s geen broddelwerk hoeven te zijn. Dat er intussen een paar digitale timmermannen met een landbouwachtergrond vrij toegankelijke programma’s ontwerpen waarmee een boer zijn voordeel kan doen, is lovenswaardig. Zeker nu veel commerciële programma’s schrikbarend duur worden, onder meer door de opmars van abonnementen. Zo bouwt een netwerk van nerds aan een open-source agrarisch gps-systeem. En er zijn een paar datasmeden die werken aan een programma dat van een eenvoudige netwerkcamera een hoogwaardig afkalf- en tochtdetectiesysteem maakt. Dat het de individuele koe niet herkent, is jammer, maar lijkt een kwestie van tijd. Wie een beetje met de computer overweg kan, installeert het zelf. Zeker met behulp van het artikel in dit nummer van Veehouderij Techniek. En dat tegen lage kosten. Ik werd daar vroeger blij van. En nu nog steeds.