Favoriet

Melktechniek

GEA’s DairyProQ; voor bedrijven met meer dan 400 koeien

De nieuwe modulaire melkrobot van GEA Farm Technologies, de DairyProQ, is geschikt voor bedrijven met meer dan 400 koeien. De armen zorgen ervoor dat de capaciteit van de melkstal gelijk blijft aan die van een gangbare melkstal zonder robotarmen.

De melkrobotmodule van GEA Farm Technologies past zowel in draaimelkstallen als in zij-aan-zij of visgraatstallen. Zo heeft iedere koe en dus ook iedere stand van de melkstal een een eigen robotarm. Daardoor is de capaciteit van de melkstal dus gelijk aan die van een gangbare melkstal. Dat was namelijk een van de eisen van potentiële klanten, die veelal klok rond en in drie ploegen melken. Voor de managers van deze grote bedrijven is het vaak moeilijk om goede, geschoolde melkers te vinden. Daar komt nog bij dat melkers na zes uur melken, zoals in de Verenigde Staten en Rusland regelmatig het geval is, niet meer zo scherp zijn aan het einde van hun werktijd. Andere eisen van toekomstige klanten waren dat het systeem niet stil mocht staan en klokrond moest kunnen melken. Ook afgetrapte melkstellen zouden weer snel aangesloten moeten kunnen worden.

Melkmanager

In een met GEA robotarmen geautomatiseerde draaimelkstal is nog een persoon nodig die het melken bewaakt. Dat kan aan de hand van de gegevens die hij via grote schermen krijgt. Daarnaast is die informatie over koeien en de melkstal zelf ook op de mobiele telefoon of tabletcomputer beschikbaar. Deze ‘melkmanager’, kan ook de koeien opdrijven of andere taken uitvoeren.

TOF-camera

Zodra de koe het platform oploopt wordt ze herkent en gepositioneerd. Daarvoor schuift de voerbak van de buitenmelker heen en weer. De nieuw ontwikkelde gietijzeren arm met smal melkrek is voorzien van een time-of-flight (TOF) camera die de spenen herkent, waarna de arm de melkbekers aansluit. Historische gegevens over het uier worden nu nog gebruikt, maar zullen uiteindelijk achterwege blijven.  De camera kan de spenen al snel genoeg vinden. Een groot voordeel bij vaarzen die voor het eerst gemolken worden. Menselijke hulp bij het aansluiten is dan niet perse nodig. De arm blijft tijdens het melken onder de koe. De spenen worden, net als bij de MiOne melkrobot van GEA, in de tepelbeker gewassen en gestimuleerd. Het water en de eerste drie stralen melk worden gedumpt. Daarna start het melken. Is een kwartier uit, dan gaat het vacuüm omlaag. Is de koe uitgemolken, dan worden de spenen gesprayd en neemt de arm de tepelbekers af. De arm verdwijnt in de afscheiding tussen de koeien. Daar wordt hij van binnen en buiten gereinigd.

Semi-automatische arm

GEA test het systeem in een 32-stands buitenmelker waar nu 100 koeien worden gemolken. Wat het systeem kost en wanneer het geïntroduceerd wordt is nog onduidelijk. Wel moet er na de introductie van het automatische systeem ook een semi-automatische versie van de melkarm komen. Daarbij moet een melker zelf aansluiten, maar reinigen, stimuleren, voormelken, dippen en afnemen doet de arm vervolgens zelf.
De gietijzeren robotarm met TOF-camera sluit de tepelbekers een voor een aan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van kettinkjes.

De robotarm is modulair en gaat na het melken terug in zijn uitgangspositie, waar hij wordt schoon gemaakt.

Op schermen in de melkstal is bijvoorbeeld te zien of koeien gemolken worden, voorbehandeld of al gemolken zijn..