Log hier in om het maximale uit uw abonnement te halen.X
Favoriet

Blog

Meer mais met preciezer bemesten!

Met de kringloopwijzer in het vooruitzicht kunnen melkveehouders aanzienlijk verdienen door de ruwvoerproductie en de mestbenutting te optimaliseren. Dat betekent minder mest naar de mais en meer naar grasland voor veel bedrijven. Daarnaast komt uit de mestverwerking ook meststoffen beschikbaar waarmee efficiënter in het seizoen bemest kan worden.

Maar ook in de mestbenutting op maïsland is nog de nodige vooruitgang te boeken.
Dat begint door de mest niet meer breedwerpig te verdelen maar gericht in strokenbemesting bij de maïsplanten toe te dienen. Daarvoor is goede apparatuur ontwikkeld, vaak met gebruik van RTK-GPS om na de mestinjectie het zaad mooi op of naast de mestinjectiestrookjes te plaatsen. Bekend is ook dat mais de stikstof vooral nodig heeft vanaf half juni. Dus een risico van uitspoeling verliezen aan stikstof tussen april en juni.

In het buitenland (USA, Duitsland) wordt al op grote schaal een systeem van gedeelde bemesting toegepast. Een basisgift van 50 tot 70 procent voor het zaaien en de rest in een groeiend gewas in juni. En met positieve ervaring: een hogere opbrengst en betere stikstofbenutting. Met name als de benodigde bijbemesting wordt afgestemd op de gewasbehoefte. In en droog jaar met minder groei iets minder en in ene vochtig jaar met meer opbrengstpotentie een hogere gift. Daarbij wordt de stikstofopname gemeten met gewassensoren en bijbemest op basis van adviesregels.

In Nederland is jaren geleden onderzocht of gedeelde bemesting positieve effecten had. Het gaf enkele procenten verbetering. Te weinig om de meerkosten van aparte apparatuur en rijschade in de mais terug te verdienen. Maar ook hier zal met toepassing van sensoren en ontwikkeling van regionaal passende adviesregels de mestbenutting te verbeteren zijn. De eerste ervaringen op een demoveld in een praktijknetwerk laten zien dat de sensoren duidelijk het verschil in groei en stikstofopame kunnen meten en tonen. Er is dus een basis om mais preciezer naar behoefte bij te bemesten.

Daarom willen voorlopers er nu mee aan de slag. Ook in de biologische teelt heeft het duidelijk perspectief. Nu nog voor onze omstandigheden een systeem ontwikkelen voor het bepalen van de juiste doseringen gekoppeld aan de sensormetingen. En aangepaste apparatuur voor precisiebemesting vraagt ook nog doorontwikkeling. Er liggen duidelijk positieve perspectieven, maar welke ontwikkelaars durven hun nek uit te steken om hierop in te spelen?