Favoriet

Blog

Ecologisch

Achter mijn huis in Amersfoort ligt een groot grasveld. De gemeente heeft daar vorig jaar een zogenoemde wadi aangelegd waarin overtollig regenwater wordt opgeslagen en infiltreert. De helft van het gras dat om de wadi heen groeit, wordt om de twee tot drie weken gemaaid. De andere helft is ingezaaid met kruiden- en bloemenmengels en blijft tot het najaar ongemaaid. Deze stroken zijn een paradijs voor insecten en reptielen. Daarnaast zorgt groen voor kleur en variatie in de wijk en het bespaart de gemeente veel onderhoudskosten. Veel buurtbewoners juichen de nieuwe aanpak dan ook toe.

Achter mijn huis in Amersfoort ligt een groot grasveld. De gemeente heeft daar vorig jaar een zogenoemde wadi aangelegd waarin overtollig regenwater wordt opgeslagen en infiltreert. De helft van het gras dat om de wadi heen groeit, wordt om de twee tot drie weken gemaaid. De andere helft is ingezaaid met kruiden- en bloemenmengels en blijft tot het najaar ongemaaid. Deze stroken zijn een paradijs voor insecten en reptielen. Daarnaast zorgt groen voor kleur en variatie in de wijk en het bespaart de gemeente veel onderhoudskosten. Veel buurtbewoners juichen de nieuwe aanpak dan ook toe.

Ook op veel andere plekken in Nederland verandert de inrichting en het beheer van het openbaar groen. Ecologisch bermbeheer en sinusmaaien worden vaker toegepast dan ooit. En tuinbezitters worden aangespoord om het gazon minder vaak te maaien. Hiervoor is door Stichting Steenbreek, Bijenstichting en Flora van Nederland de campagne ‘Maai mei niet’ in het leven geroepen. Met deze campagne willen deze organisaties de biodiversiteit vergroten en het aantal hommels, bijen en vlinders laten stijgen.

Door de nieuwe aanpak verruigt het Nederlandse landschap. Dat leidt ertoe dat we op het gebied van onkruidbestrijding ook de teugels wat kunnen laten vieren. Een trottoir of wegdek hoeft niet meer volledig onkruidvrij te zijn. Wel zo prettig voor aannemers en gemeenten waarbij de onkruidbestrijding sinds de afschaffing van chemiegebruik een race tegen de klok is geworden. Uiteraard zijn er grenzen. Invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop of berenklauw mogen niet tot problemen of gevaarlijke situaties leiden. Maar wat grassprietjes, paardenbloemen of klaprozen worden tegenwoordig wel door de vingers gezien. Dat de maatschappij meer onkruid in het straatbeeld accepteert, scheelt veel rijbewegingen. De gemeente hoeft minder vaak met borstelvoertuigen en werktuigendragers met heetwater- en hete luchtinstallaties op pad. Dat is minstens zo ecologisch.