Blog

De akkerbouwtrekker van JCB

De Britse machinebouwer JCB wil met de Fastrac 4000-serie niet alleen indruk maken op de weg, maar ook in het veld. Zo heeft de trekker vierwielbesturing gekregen en een variabele bak in plaats van een powershifttransmissie. Begin oktober testten we de Fastrac 4220 in de Flevopolder.

Op de weg rijdt de JCB – zoals verwacht – als een tierelier: comfortabel, angstaanjagend snel, maar door de uitstekende vering en remmen ook met een geruststellend gevoel van volledige controle. Grote vraag is, is JCB er tegelijk in geslaagd een trekker te bouwen waarmee je in het veld goed en prettig kunt werken?  Mwah…

JCB heeft het concept gehandhaafd (vier even grote wielen, een cabine tussen de assen) en tegelijkertijd geprobeerd de grootste nadelen van die keuze op te lossen. Zo heeft de Fastrac 4000-serie vierwielbesturing, zodat je in het veld krapper kunt sturen dan met de oudere JCB Fastrac-modellen. Maar ten opzichte van een traditionele trekker is ook de nieuwe JCB nog niet bijzonder wendbaar. Bovendien is het jammer dat de uitslag van de achterwielen minder groot is dan die van de voorwielen. Een en ander betekent dat de achterwielen in de bocht niet het spoor van de voorwielen volgen.

De cabine tussen de assen levert bij de Fastrac 4000 behalve comfort, ruimte op achter de cabine voor een zaadbak of spuittank. Handig. Maar voor een goed zicht op het werktuig achter de machine is de ver naar voren geplaatste cabine fnuikend. Wie in zijn eentje een kieper moet aankoppelen kan er gerust een kwartiertje voor uittrekken en een goede controle op de verrichtingen van het werktuig achter de trekker is lastig zonder het gebruik van camera’s.

Wellicht het grootste nadeel van de JCB is en blijft de betrekkelijk kleine maat van de achterwielen die zich vooral wreekt bij de grondbewerking. Onze testtrekker was uitgevoerd met vier 600/70R30-banden. Op verzoek kan maximaal de maat 710/60R30 worden gemonteerd. Qua breedte kun je daar niet al te veel over zeggen. Maar het contactoppervlak van 30 inch banden met de grond is behoorlijk kleiner dan dat van 38-inch-banden die onder traditionele trekkers van dit vermogen worden gemonteerd.

Het is niet voor niets dat de traditionele trekkerbouwers vasthouden aan een trekker zoals een kind een trekker tekent: grote wielen op de achteras en wat kleinere wielen op de vooras en een cabine boven of net voor de achteras. Dat levert namelijk een trekker op die in het veld goed trekt, die betrekkelijk zware lasten in de hef kan hebben en waarbij je een redelijk tot goed zicht hebt op de werktuigen achter de trekker. JCB heeft een dappere poging gedaan om een echte akkerbouwtrekker te bouwen, maar het blijft een model voor fijnproevers die met hun trekker specifieke werkzaamheden uitvoeren.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Albert van der Horst
Over Albert van der Horst
Albert van der Horst (1967) is de zoon van een akkerbouwer uit Biddinghuizen. Tegenwoordig woont hij in Utrecht. Na de Middelbare Landbouw School in Emmeloord, werkte hij drie jaar bij een agrarisch loonbedrijf. Vervolgens volgde hij een opleiding aan de School voor de Journalistiek in Zwolle. Na zijn opleiding werkte hij onder meer bij het Agrarisch Dagblad en Oogst. Daarna ging hij een aantal jaren ‘vreemd’ (eindredacteur bij Medisch Contact en Vereniging Eigen Huis) om vervolgens in 2012 weer terug te keren in de landbouwjournalistiek. Bij AgriMedia schrijft hij artikelen voor LandbouwMechanisatie, Veehouderij Techniek en Tuin en Park Techniek.

Reacties zijn gesloten.