Zoeken naar een middenweg bij het strohakselen

Telers die hun graanstoppels niet ploegen en hun stro niet afvoeren, zouden het stro het liefst zo klein mogelijk maken met de strohakselaar. Maar dat kost veel brandstof. Daarom het hakseladvies: zoek naar een acceptabele middenweg en zorg dat de hakselaar technisch in orde is.

Telers stellen steeds hogere eisen aan de hakselaar. Logisch, want als de werkbreedte van de maaiborden toeneemt, wil je het stro ook over een grotere breedte verspreiden. Gelukkig hebben de fabrikanten hun hakselaars de laatste jaren sterk verbeterd.

De haksellengte (2 tot  maximaal 5 cm) wordt bepaald door het aantal messen, het toerental van de hakselrotor en de ruimte tussen de messen en het tegenmes. Vroeger hadden de strohakselaars vaak vier messenrijen, tegenwoordig zes of acht. Daardoor valt het stro niet meer zo diep in de hakselrotor en daardoor wordt het eerder gesneden. Uiteraard is het van belang dat de hakselmessen scherp zijn. Dat heeft niet alleen een positief effect op de hakselkwaliteit, maar het scheelt ook brandstof en dorscapaciteit. Overweeg het gebruik van geharde messen, tipt Getreidemagazin. Deze zijn drie tot vier keer zo duur, maar gaan ook flink langer mee en je hoeft ze dus minder vaak te vervangen.

Stroverdeling

Behalve de lengte van het stro is ook belangrijk dat het stro gelijkmatig over de werkbreedte van het maaibord wordt verdeeld. Brede maaiborden en een bevredigende verdeling van stro en kaf zijn lastig te verenigen, meldt Getreidemagazin. Toch is met behulp van geleideplaten en – op maaidorsers met heel brede maaiborden – spreidingsschijven en windbladen een redelijk goed resultaat te realiseren. Toch zul je bij elke gang de verdeling vanuit de cabine moeten controleren (wellicht met behulp van camera’s) en moeten bijstellen. Sommige maaidorsers zijn uitgerust met automatische functies die de verspreiding van het stro in de gaten houden.

Deel dit bericht via:

Reacties zijn gesloten.